Terug naar het overzicht
cover
Mahler, G. Symfonie nr. 9
€ 10,99 Bestellen
Toevoegen aan winkelmandje Bestellen

Mahler, G.

Symfonie nr. 9

5099950122820

Componist Mahler, G.
Titel Symfonie nr. 9
Artiest Berliner Philharmoniker
Dirigent Rattle, Simon
Artikel nr. 5099950122820
EAN Code 5099950122820
Aantal CD's 2
Label PLG UK Classics
Releasedatum 2008-03-03
# Titel & Artiest Tijd
1 1. Andante comodo — SIR SIMON RATTLE/BERLINER PHIL 028:56
2 2. Im Tempo eines gemächlichen Ländlers. Etwas täppisch und derb — SIR SIMON RATTLE/BERLINER PHIL 015:58
1 3. Rondo - Burleske: Allegro assai. Sehr trotzig — SIR SIMON RATTLE/BERLINER PHIL 012:37
2 4. Adagio. Sehr langsam und noch zurückhaltend — SIR SIMON RATTLE/BERLINER PHIL 026:04

Gustav Mahlers Negende symfonie, de laatste die hij zou voltooien, zit vol verwijzingen naar de dood. In de partituur staan aantekeningen van de componist als ‘Vaarwel! Vaarwel!’, en de toon van de Negende is uitermate droevig in de hoekdelen, terwijl de twee middendelen grotesk en bitter klinken. Deze mineurstemming staat in schril contrast tot Mahlers opperbeste stemming in de zomer van 1909, toen de Negende tot stand kwam. Zijn brieven aan zijn vrouw Alma en aan anderen zijn die zomer opgewekt. Er is geen sprake van depressie, zoals later, bijvoorbeeld ten tijde van Alma’s affaire met de architect Walter Gropius, die het schrijven van de (onvoltooide) Tiende zo zou beïnvloeden. Het antwoord op deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid is misschien wel heel eenvoudig: Mahler voelde zijn hele leven de dreiging van de dood, was zich sterk bewust van de onvolkomenheden van het leven – de vele trieste momenten die worden afgewisseld met schaarse momenten van geluk. Daarvan verhaalt zijn muziek, ook de prachtige Negende. Simon Rattle en de uitstekend spelende Berliner Philharmoniker brengen dit persoonlijke, symfonische lied over liefde, leed, verlies en vernieuwing groots, met de vereiste zangerige mildheid en weemoed.

Doron Nagan

Na bijna zes jaar chefdirigentschap bij de Berliner Philharmoniker is Simon Rattles stempel duidelijk te horen. Op de nieuwe cd van Mahlers Negende symfonie heeft de Brit het symfonische weefsel stevig afgeborsteld. Wat er onder het stof vandaan komt is niets minder dan een oude bekende met een onthullend nieuw gezicht.


door Chris Zuiderhout


Simon Rattle heeft een naam hoog te houden in Berlijn. Bij zijn aantreden in september 2002 bij de Berliner Philharmoniker koppelde hij een symfonie van de titaan Gustav Mahler (de Vijfde) aan een werk van de jonge hond Thomas Adès (Asyla). Het leverde storm op in het gebouw aan de statige weg die in de volksmond nog altijd Herbert von Karajanstrasse heet. Inmiddels raken de Berlijners al aardig gewend aan de eigenzinnige Brit. Begin dit jaar kwamen rond de 8000 jonge en oudere muziekliefhebbers af op Rattles optreden in de Arena van Berlin-Treptow. Op het programma stond ‘Surrogate Cities’ van het enfant terrible onder de Duitse componisten, Heiner Goebbels. Maar ook in het traditionele symfonische repertoire ziet Rattle kans zijn publiek keer op keer te verrassen. Op het label EMI heeft hij nu een Negende symfonie van Gustav Mahler vastgelegd die kippenvel bezorgt, maar zeker niet op de manier die we traditiegetrouw van de Berliner Philharmoniker gewend waren.
Rattle ziet in zijn interpretatie af van pathos. Hij spant heldere, langgerekte boogbruggen tussen de partituurgedeelten en onderwerpt motieven aan geraffineerde metamorfoses. Je zou zijn aanpak nuchter en analytisch kunnen noemen als hij daar niet een uiterst gevoelige blik voor kleur en klankverhouding in het orkest aan toe zou voegen. De luisteraar kijkt als het ware mee over de schouder van de dirigent en ontdekt samen met hem fijne details in Mahlers notentekst. De Berliner zijn op die ontdekkingsreis ideaal gezelschap. De volgorde van de delen is in de Negende symfonie omgekeerd. In plaats van snelle hoekdelen en kalme middendelen zijn begin en slot van een meditatieve kalmte. Het pianissimo van één enkele cellotoon, voortgezet door een hoorn, een bijna terloops harpmotief dat opduikt in de altviolen – er is een toporkest voor nodig om alleen al die openingsmaten goed neer te zetten. Het vierde deel wordt gedragen door de machtige strijkersgroep van de Berliner. Eén vibrato spreidt zich in de volle orkestbreedte uit, van violen tot contrabassen. Die strijkersklank is het visitekaartje waar je dit eliteorkest onmiddellijk aan herkent. Het vormt de basis van de karakteristieke ‘Berliner-sound’ en maakt het einde van deze indrukwekkende opname onvergetelijk.
Het persoonlijke drama in Mahlers leven kennen we. Het verlies van zijn dochtertje Putzi na een kort, hevig ziekbed. De confrontatie met zijn eigen zwakke gezondheid. Zijn aanbeden echtgenote Alma die in de armen van een ander geluk vindt wat hij haar kennelijk niet kon geven. Geen wonder dat de beroemde musicoloog Bekker de symfonie die zo kort voor Mahlers sterven is ontstaan voorzag van een ‘ongeschreven motto’: wat de dood mij vertelt. De opvatting dat Mahler met het werk zijn eigen afscheid van het leven heeft gecomponeerd vond gretig gehoor. Arnold Schönberg en diens leerling Alban Berg beluisterden er Mahlers ‘Todesahnung’ in. Nog altijd is die gedachte wijdverbreid, ondanks woedende polemieken (‘Een belediging!’, ‘Verminking!’) van met name de muziekfilosoof Theodor Adorno.
Rattle neigt in zijn interpretatie eerder naar Adorno dan naar Bekker. Juist door zich níet te vereenzelvigen met de componist komt hij heel dicht in de buurt van een zuivere visie, van een opvatting die waarschijnlijk over een decennium of wat nog even geldig is als nu. Mahlers noten overstijgen het persoonlijke, autobiografi sche en krijgen in zijn uitvoering universeel menselijke trekken. Het lijkt een van Rattles toverformules te zijn.
Al in zijn begintijd, toen hij chef was van de City of Birmingham Symphony Orchestra, haalde hij met zijn inzicht in de wereld áchter de noten een groot publiek naar de concertzaal, zelfs als hij partituren van een nieuwlichter als Mark-Anthony Turnage op de lessenaar zette. Diens ‘Blood on the floor’, het persoonlijke relaas van de drugsverslaving en de ontijdige dood van Turnage’s broer, zat in zijn koffers toen hij als gastdirigent op bezoek was bij het Los Angeles Philharmonic. Helemaal tegen de verwachting in bleek het aan te slaan bij het beschaafde concertpubliek. Niet omdat ze zich zouden herkennen in het letterlijke verhaal achter de noten, maar door de pure zeggingskracht van de muziek, waar Rattle feilloos de vinger op wist te leggen.
Zo lijkt het nu in Berlijn opnieuw te gaan. Simon Rattle combineert oud met nieuw in programma’s die de Berlijnse musici én de Berlijnse concertbezoekers allang niet meer afschrikken en omarmt daarmee het volle leven van de 21ste eeuw. Mahler hoort daarin thuis, net als Beethoven, Bruckner, Turnage, Goebbels en Adès.

  • cover
  • cover
Terug naar het overzicht