Terug naar het overzicht
cover
Various Soirée Magdalena Kozená & Friends
€ 21,99 Bestellen
Toevoegen aan winkelmandje Bestellen

Various

Soirée Magdalena Kozená & Friends

0827949067167

Componist Various
Titel Soirée Magdalena Kozená & Friends
Artiest Kozená, M. / Adorjan, David / Rillig, Rahel / Brandl, Wolfram / Deyneka, Yulia
Dirigent Rattle, Sir Simon
Artikel nr. 0086671PTC
EAN Code 0827949067167
Aantal CD's 1
Label PENTATONE
Releasedatum 2019-09-13
# Titel & Artiest Tijd
1 Chanson perpétuelle (Bois frissonnants, ciel étoilé) op. 37 (für Mezzosopran, Streichquartett und Kl — KOZENA, MAGDALENA 007:25
2 Nr. 1 Mein Lied ertönt, ein Liebespsalm — KOZENA, MAGDALENA 002:42
3 Nr. 6 In dem weiten, breiten, luft'gen Leinenkleide — KOZENA, MAGDALENA 001:24
4 Nr. 11 Schmerzerfüllt ist oft mein Herz — KOZENA, MAGDALENA 003:19
5 Nr. 2 Die Mäherin — KOZENA, MAGDALENA 001:53
6 Nr. 4 Als die alte Mutter mich noch lehrte singen — KOZENA, MAGDALENA 002:40
7 Nr. 5 Reingestimmt die Saiten! — KOZENA, MAGDALENA 001:05
8 Nr. 1 Gute Nacht — KOZENA, MAGDALENA 003:26
9 Nr. 1 Gestillte Sehnsucht — KOZENA, MAGDALENA 006:19
10 Nr. 2 Geistliches Wiegenlied — KOZENA, MAGDALENA 005:12
11 Nr. 1 Musick to heare — KOZENA, MAGDALENA 002:49
12 Nr. 2 Full fadom five — KOZENA, MAGDALENA 001:52
13 Nr. 3 When dasies pied — KOZENA, MAGDALENA 002:12
14 Nr. 1 Nahandove — KOZENA, MAGDALENA 006:10
15 Nr. 2 Aoua — KOZENA, MAGDALENA 004:01
16 Nr. 3 Il est doux — KOZENA, MAGDALENA 004:21
17 Nr. 1 Wie erkenn' ich dein Treulieb — KOZENA, MAGDALENA 000:58
18 Nr. 2 Sein Leichenhemd weiß wie Schnee zu sehn — KOZENA, MAGDALENA 000:30
19 Nr. 3 Auf Morgen ist Sankt Valentins Tag — KOZENA, MAGDALENA 000:57
20 Nr. 4 Sie trugen ihn auf der Bahre bloß — KOZENA, MAGDALENA 001:05
21 Nr. 5 Und kommt er nicht mehr zurück? — KOZENA, MAGDALENA 002:00
22 Nr. 1 Maulwurf kriecht entlang der Hecke — KOZENA, MAGDALENA 001:08
23 Nr. 2 Reitet Karl in der Hölle — KOZENA, MAGDALENA 000:35
24 Nr. 3 Schinderfranz spielt auf dem Basse — KOZENA, MAGDALENA 001:03
25 Nr. 4 Kinder, hört die Predigt an — KOZENA, MAGDALENA 001:06
26 Nr. 5 Ho, Ha, Küh' sind da — KOZENA, MAGDALENA 001:03
27 Nr. 6 Die gefleckte Geiss — KOZENA, MAGDALENA 000:39
28 Nr. 7 Wastel, Bastel, treibt der Narr — KOZENA, MAGDALENA 000:37
29 Nr. 8 Hänschen klein, Hänschen klein — KOZENA, MAGDALENA 000:32
30 Nr. 4 Morgen! — KOZENA, MAGDALENA 004:02

SPECIAL

In de salon van Magdalena Kozená
Voor Soirée, de tweede solo-cd voor haar nieuwe label Pentatone, zoekt mezzosopraan Magdalena Kozená de intimiteit op. Met een groep bevriende musici brengt zij een afwisselend en avontuurlijk programma met veelal minder bekend repertoire van componisten als Dvorák, Brahms, Stravinsky en Janácek.

‘Verlang je soms niet naar de tijd dat het normaal was voor mensen om elke zondag bij elkaar te komen, hun instrumenten mee te nemen, en dat erna goed eten, goede wijn, goede gesprekken en kamermuziek zou zijn, gewoon voor het pure genot ervan?’ Het is iets wat Magdalena Kozená zichzelf afvraagt. Muziek maken met elkaar en voor elkaar, voor het plezier van het muziek maken zelf. Het is het uitgangspunt van Soirée, haar nieuwste cd, waarvoor zij een aantal internationale muziekvrienden om zich heen heeft verzameld.

De carrière van Kozená beslaat inmiddels alweer ruim twintig jaar. En er kan veel van haar gezegd worden, maar van een gebrek aan avontuurlijkheid kun je haar onmogelijk beschuldigen. Je hoeft maar naar haar twee meest recente solo-cd’s te kijken: een cd met onbekende barokcantates en een cd met liederen van Cole Porter. Die avontuurlijkheid is ook op deze cd te horen: muziek buiten de gebaande paden, gezongen in niet minder dan vier verschillende talen en soms in verrassende arrangementen.

Zo heeft de Britse dirigent Duncan Ward een zevental liederen van Antonín Dvorák gearrangeerd voor stem, dwarsfluit, klarinet, strijkkwartet en piano. De toegevoegde instrumenten verhogen de melancholische sfeer die veel van de liederen kenmerkt, en passen prachtig bij Kozená’s bijzondere timbre. Johannes Brahms had zelf in zijn twee liederen opus 91 al een altviool toegevoegd om de expressiviteit te verhogen en zo een bijzondere en rijke klankwereld te creëren die de evocatieve teksten van de liederen perfect complementeert.

Stravinsky had sinds 1919 geen liederen meer gecomponeerd toen hij in 1953 Three Songs from William Shakespeare schreef voor de bijzondere combinatie van stem, dwarsfluit, klarinet en altviool. Weinig gehoorde liederen, die niet in de laatste plaats interessant zijn omdat Stravinsky hier experimenteert met twaalftoonstechniek. En net zo zelden gehoord: de cyclus Ríkadla, ‘Kinderrijmpjes’, van Leos Janácek. De altijd originele Tsjechische componist schildert hier een betoverde en betoverende wereld, vol interessante ritmes en muzikale vondsten.

Muziek waaraan de avontuurlijke luisteraar zijn hart kan ophalen. En tijdens dit soort muzikale avonden willen nog wel eens andere opmerkelijke dingen gebeuren. Zoals een van de beroemdste dirigenten ter wereld die opeens achter de vleugel plaatsneemt. Sir Simon Rattle, de echtgenoot van Kozená, maakt op Soirée zijn opnamedebuut als pianist, en doet dat bewonderenswaardig. Het is prachtig dat er tegenwoordig nog steeds ruimte is om dit soort cd’s, met intiem, bijzonder en onbekend repertoire, uit te brengen. Kozená mag nog veel meer van dit soort avonden organiseren én opnemen!

Benjamin Rous (Klassieke Zaken 6-2019)

COLUMN

Goed programmeren geen kunst aan?
Voordat ik ter zake kom eerst even het volgende. Het maandelijkse aanbod met nieuwe uitgaven is nog steeds zo groot en divers dat het soms moeilijk kiezen is. Bovendien moeten de na veel wikken en wegen geselecteerde cd’s voor deze column voor mij voldoen aan een prozaisch criterium. Ze moeten onder één overkoepelend thema passen. Hoe banaal kan het zijn. Maar het is niet anders.

Zo had ik eerst willen gaan voor een opmerkelijke ‘uitverkoop’ van het Concertgebouworkest. Dat onlangs aankondigde alles (?) wat nog op de plank ligt van de in 2018 plotseling aan de kant gezette chef Daniele Gatti op de markt te gooien. Op het eigen kwaliteitslabel RCO Live. Klinkt misschien wat denigrerend maar zo bedoel ik het niet. Gatti was, is en blijft een geweldige dirigent die het vak tot in de puntjes beheerst. En die ook iets wist op te bouwen in Amsterdam. Je kunt hoogstens met hem van mening verschillen over zijn artistieke opvattingen.

Totdat die anonieme ‘#MeToo’-beschuldigingen roet in het eten gooiden. De werkhoudingen zouden dusdanig zijn verstoord dat verdere samenwerking onmogelijk werd. Althans volgens de weinig spraakzame directie, want ik heb ook vernomen dat lang niet iedereen binnen het orkest zich kon vinden in dat abrupte besluit. Maar dat is inmiddels (alweer) verleden tijd. Bij de verdeling van de boedel heeft Gatti kennelijk kunnen bedingen dat hij officieel als achtste en kortst zittende chef ooit (2016 - 2018) de boeken in gaat. En dat verschillende uitvoeringen alsnog op dvd en/of cd worden uitgebracht.

Nou, dat is waarlijk geen straf. Na de fascinerende liveopname van Strauss’ Salome uit juni 2017, een productie van De Nationale Opera, volgen nu Gatti’s dwingende hoewel soms wat eigenzinnige interpretaties van Mahlers Eerste én Vierde symfonie. Waar eind november ook nog Bruckners Negende (aangevuld met orkestrale fragmenten uit Wagners Parsifal) aan is toegevoegd. De muzikale erfenis van een dirigent die wist wat hij wilde, maar die zijn handen niet kon thuis houden.

En dan nu dat ‘thema’. Hoe programmeer je een boeiend concert of in dit geval een cd? Ik kwam erop toen ik bezig was met het voorbereiden van mijn vorige column, die over de legendarische harp- en pianofortebouwer Sébastien Erard ging. Want wat bleek? Tenor Julian Prégardien, die een project rond Schumanns tijdloze liederencyclus Dichterliebe wilde maken, wist zijn begeleider zover te krijgen dat hij niet op een moderne Steinway maar op een oude vleugel zou spelen.

Een fortepiano van Julius Blüthner uit 1856, gemaakt in Leipzig en mooi gerestaureerd door Christoph Kern. Kun je qua geluidsdecor dichter bij de familie Schumann komen? Ik denk het niet. Maar Prégardien junior ging nog een stapje verder. Hij omringt het overbekende, zestiendelige liefdesepos met minder bekend werk van zowel Clara als Robert Schumann. Met liederen, een paar duetten (met sopraan Sandrine Piau) en een enkel solostuk van Clara en Robert, door Éric Le Sage gespeeld op een perfect passende Blüthner.

Of Julian Prégardien nu al voor iedereen de ideale vertolker is van Dichterliebe is natuurlijk een ander verhaal. Voorlopig geef ik de voorkeur aan de vertolking van zijn vader Christophe (om de onvergetelijke Fritz Wunderlich maar even buiten beschouwing te laten). Als geraffineerd samengesteld project is dit Schumannalbum van Julian echter zonder meer een voltreffer. Mede door de superieure kwaliteit van de opname. Wat in mindere mate het geval is bij de ‘Soirée’ van Magdalena Kozená en haar echtgenoot op Pentatone.

Hier ook een fraai staaltje van uitgekiend programmeren. Dat reikt van het Chanson perpetuelle van Chausson, liederen van Brahms en Dvorák, Stravinsky’s Three Songs from Shakespeare plus de Chansons madécasses van Ravel, tot Janácek en Strauss. Eigenlijk gewoon een concertprogramma, dat extra reliëf krijgt doordat Kozená wordt omringd door louter ‘vrienden’. Onder wie, vrij uniek, Simon Rattle aan de piano en verder klarinettist Andrew Marriner. Inderdaad de zoon van. Vooral in Ravel en Janácek weet Kozená de juiste sfeer te treffen.

Maar de interessantste programmeur van dit jaar is opnieuw een jonge Franse dirigent. Na het originele en meermaals bekroonde succesnummer Enfers, de cd waarop Raphaël Pichon met behulp van die meesterlijke bariton Stéphane Degout de zo verschillende werelden van Rameau en Gluck met elkaar weet te verenigen, komt hij opnieuw verrassend uit de hoek. Op anderhalve cd wordt een hele, driedelige, slim geconstrueerde maar volstrekt imaginaire opera van Mozart opgevoerd. Bijna alles gebaseerd op origineel, onvoltooid of nagenoeg vergeten materiaal van het Oostenrijkse genie.

Dit alles af en toe aangevuld met werken van Mozarts tijdgenoten Giovanni Paisiello, Vicente Martin y Soler en – uiteraard – Antonio Salieri. Je valt van de ene verbazing in de andere. En Pichon leidt zijn ‘nieuwe’ Mozart, zoals we dat van hem en van zijn ensemble Pygmalion gewend zijn. Vol vuur en overtuigingskracht. De enige minpuntjes zijn die halflege tweede cd en de registratie, die klinkt alsof Mozart dit ‘Libertà!’ heel bewust in een zwembad wilde uitschreeuwen.

Volgens het overigens schitterende en rijk gevulde boekje (met veel foto’s en alle teksten – bravo!) gaat het om de Église Protestante Unie du Saint-Esprit in Parijs. Vandaar. Toch krijgt Raphaël Pichon van mij de ereprijs van 2019.

Hans Heg (Klassieke Zaken 6-2019)

  • cover
  • cover
Terug naar het overzicht