Terug naar het overzicht
cover
Eggert, Matthews, Verbeij, Glanert Number 9 VI, Turning point, LIED, Theatrum bestiarum
€ 23,99 Bestellen
Toevoegen aan winkelmandje Bestellen

Eggert, Matthews, Verbeij, Glanert

Number 9 VI, Turning point, LIED, Theatrum bestiarum

5425008376301

Componist Eggert, Matthews, Verbeij, Glanert
Titel Number 9 VI, Turning point, LIED, Theatrum bestiarum
Artiest Rijen, Jörgen van \ Koninklijk Concertgebouworkest
Dirigent Stenz, Markus
Artikel nr. 0008003RCO
EAN Code 5425008376301
Aantal CD's 1
Label RCO LIVE
Releasedatum 2008-08-04
# Titel & Artiest Tijd
1 Number 9 VI: a bigger splash — Royal Concertgebouw Orchestra 015:56
2 Turning Point — Royal Concertgebouw Orchestra 020:07
3 LIED for trombone and orchestra: Quaver = 56 — Royal Concertgebouw Orchestra 004:11
4 LIED for trombone and orchestra: Quaver = 112 — Royal Concertgebouw Orchestra 004:57
5 LIED for trombone and orchestra: Quaver = 66 — Royal Concertgebouw Orchestra 006:38
6 LIED for trombone and orchestra: Quaver = 132 — Royal Concertgebouw Orchestra 003:04
7 Theatrum Bestiarum — Royal Concertgebouw Orchestra 022:22

Dat het Concertgebouworkest met Jörgen van Rijen (Nederlandse Muziekprijswinnaar jaargang 2004) een voortreffelijke trombonist in huis heeft, was al bekend. Op deze cd, met LIED van Theo Verbeij, geschreven voor Van Rijen, kan hij uitstekend uitpakken en de ongekende mogelijkheden van zijn instrument etaleren. Dit tromboneconcert van Verbeij laat het instrument horen in verstilde passages, zoals in de inleidende elegie, maar ook in briljante, snelle figuraties. De cd, onderdeel van de in eigen beheer uitgebrachte reeks live-opnamen van het Koninklijk Concertgebouworkest, is gevuld met premières die het orkest in 2007 speelde. Naast het hierboven genoemde LIED is er een werk op te vinden van de jonge Duitser Moritz Eggert. Hoewel voorzien van Stravinskyaanse trekken, leunt het ook zwaar op de jazz en geeft het zo de koper- en ritmesectie van het orkest ruime mogelijkheden om te excelleren. Matthew Collins is geen purist: hem kennen we als een van de mensen die zich bezighielden met de completering van Mahlers Tiende symfonie. Werk van zijn hand stond al eerder bij het KCO op de lessenaars en ook in Turning point laat hij zich horen als een componist die schrijft in een kleurig idioom. Detlev Glanerts Theatrum bestiarum tot slot is dramatisch, met demonisch dansante passages. Alles wordt met veel elan uitgevoerd door een gedreven KCO.

Frits de Haen

Te midden van alle toporkesten die tegenwoordig hun eigen cd’s op de markt brengen, neemt het Koninklijk Concertgebouworkest óók een prominente plaats in. De afgelopen maanden verscheen de ene live-opname na de andere. Wie had dit vijf jaar geleden kunnen denken? De grote platenmaatschappijen begonnen af te haken en het KCO maakte zich toen ernstig zorgen over zijn fonografische toekomst. 
Ik hoor het de directeur nog zeggen: we kúnnen wel eigen opnamen uitbrengen maar als er geen goede internationale distributie is, heeft het voor ons geen enkele zin. Logisch: de ene maand maakt het orkest een tournee door Europa, de volgende zit het in China en Japan. Of in de VS. Naast andere actieve orkesten als het London Symphony Orchestra en dat van San Francisco slaat het KCO als cd-producent lang geen slecht figuur. Daarbij heeft het Amsterdamse orkest als voordeel dat het kan spelen in een zaal met een sublieme akoestiek. Dat is wel even wat anders dan de kale entourage van de Barbican Hall, waarin het LSO zijn concerten en opnamen moet realiseren.

Naast chef-dirigent Mariss Jansons en eredirigent Bernard Haitink (de gekrenkte ‘conductor emeritus’ Riccardo Chailly weigert voorlopig het KCO te dirigeren!) komen nu ook vaste gastdirigenten in aanmerking voor de serie RCO Live. Daniele Gatti is vertegenwoordigd met een hele cd gewijd aan Alban Berg, in casu de Drei Orchesterstücke opus 6 plus een uitgebreide symfonische suite uit de opera Lulu. Een uitstekende uitgave, die kan wedijveren met de werkelijk sublieme Strausscd (Don Juan in combinatie met Eine Alpensinfonie) die onder Jansons is geregistreerd. Een prijswinnaar.

Hoewel nagenoeg geen bijgeluiden zijn te horen, afgezien van het meezingen van Jansons in Don Juan, is het opmerkelijk dat zowel de Bergals de Strauss-cd eindigen met een halve minuut applaus. Kennelijk om ons er nog eens aan te herinneren dat het wel degelijk om liveopnamen gaat, weliswaar afkomstig van verschillende concerten, die keurig met datum en al in het colofon staan vermeld. Minstens zo interessant is het dat het KCO het ook aandurft een nieuwe serie te starten met minder populaire, eigentijdse muziek.

De cd met door Markus Stenz geleide (wereld)premières uit 2007 wordt gepresenteerd onder de noemer ‘Horizon 1’. Een hoopvolle titel, die doet vermoeden dat er nog meer op dit terrein is te verwachten. Bravo! Bravo! Want laten we eerlijk zijn: wie zit er nu te wachten op een combinatie van Moritz Eggert (Number 9 VI: a bigger splash), Colin Matthews (Turning Point), Theo Verbey (LIED voor trombone en orkest) of Detlev Glanerts Theatrum Bestiarum? Muzikale avonturiers zullen verbaasd opkijken, kenners kunnen hun hart ophalen. Al is het alleen maar vanwege het briljante aandeel van Jörgen van Rijen in het ‘tromboneconcert’ van Theo Verbey.

Voor de liefhebbers van deze trombonevirtuoos, lid van het KCO, wil ik nog even wijzen op de cd Sackbutt (de trombone in de 17de en 18de eeuw) met concerten van onder anderen Albrechtsberger, Leopold Mozart en Wagenseil. Zoals altijd bij Channel Classics: glashelder vastgelegd. En: sprankelend begeleid door het Combattimento Consort van Jan Willem de Vriend. Een verrukkelijke uitgave die eindigt met een ware hit: een swingend perpetuum mobile dat gewoon staat geafficheerd als Sonate a tre van Antonio Bertali. Luister en geniet!

En om nog even terug te komen op het KCO: in het julinummer van de Gramophone wordt een eerdere opname in de serie RCO Live (Debussy, Dutilleux en Ravel met Jansons) regelrecht de hemel in geprezen. De oude rot Edward Greenfield roemt de ‘unieke kwaliteiten van de verschillende secties van het Concertgebouw (sic), met name de onvergelijkbare strijkers’. Goed dat het orkest al deze live-opnamen zelf uitbrengt, jammer dat ze niet bij een van de grote internationale labels verschijnen, is zijn terechte conclusie.

Hans Heg

  • cover
  • cover
Terug naar het overzicht