Terug naar het overzicht
cover
Debussy, Claude Nuits de ete - Harold en Italie
€ 22,99 Bestellen
Toevoegen aan winkelmandje Bestellen

Debussy, Claude

Nuits de ete - Harold en Italie

3149020935743

Componist Debussy, Claude
Titel Nuits de ete - Harold en Italie
Artiest Les Siecles
Dirigent Roth, Francois Xavier
Artikel nr. 2093574120092
EAN Code 3149020935743
Aantal CD's 1
Label HARMONIA G - O HARMONIA MUNDI
Releasedatum 2019-01-18
# Titel & Artiest Tijd
1 1. Harold aux montagnes - Scènes de mélamcolie, de bonheur et de joie (Adagio - Allegro) — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 015:14
2 2. Marche de pèlerins chantant la prière du soir (Allegretto) — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 007:51
3 3. Sérénade d'un montagnard des Abruzzes à sa maîtresse (Allegro assai) — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 005:58
4 4. Orgie de brigands - Souvenirs des scènes précédents (Allegro frenetico) — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 011:44
5 1. Villanelle — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 002:12
6 2. Le Spectre de la rose — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 006:40
7 3. Sur les lagunes - Lamento — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 005:43
8 4. Absence — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 005:45
9 5. Au cimetière - Clair de lune — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 005:41
10 6. L'Ile inconnue — LES SIECLES FRANCOIS-XAVIER ROTH TA 003:37

François-Xavier Roth probeert al geruime tijd het Parijse stadsbestuur ertoe te bewegen een van de grote boulevards naar zijn idool te noemen in plaats van het bescheiden pleintje dat tegenwoordig diens naam draagt. Misschien komt het ervan nu dit jaar wordt herdacht dat Berlioz anderhalve eeuw geleden is gestorven. Roth zal her en der composities van hem dirigeren. Op deze cd leidt hij Les Siècles in een sublieme uitvoering van Harold en Italie. Berlioz had verstand van instrumenten. Hij kende als geen ander hun mogelijkheden en breidde ze uit. Met de geuren en kleuren van authentieke instrumenten komt zijn ideaal van het ‘sprekende’ orkest echt tot klinken. Zo verschijnt de altviool van de soliste Tabea Zimmermann op het toneel als de protagonist in een spannende opera zonder woorden. De zes liederen van Les nuits d’été worden meestal gezongen door een vrouw, hoewel Gautier de gedichten heeft geschreven vanuit een manlijk perspectief. Na de iets te gehaast klinkende Villanelle treft de bariton Stéphane Degout heel sensitief de melancholieke sfeer van de zomernachten. Het is de andere kant van Berlioz: meer de intimiteit van een stil pleintje dan de herrie van de grote boulevards.

Eddie Vetter (1-2019)

COMPONIST

Componist van superlatieven
Dit jaar wordt herdacht dat Berlioz anderhalve eeuw geleden is gestorven. Overal klinkt zijn muziek, de ene cd na de andere verschijnt op de markt, maar in zijn eigen tijd en vooral in zijn eigen land kreeg hij niet de erkenning die hij verdiende.

Hector Berlioz werd in 1803 geboren in een plaats tussen Lyon en Grenoble met uitzicht op de Alpen. Zijn vader, een arts, gaf hem zelf onderwijs. Hector speelde fluit en gitaar, maar kreeg nooit pianoles zoals een echte componist in die tijd. Met oude handboeken leerde hij zichzelf de regels van de harmonie aan. Hoewel de muziek hem trok, moest hij van zijn vader medicijnen studeren in Parijs. De jongen zag het niet zitten: ‘Dokter worden! Anatomie studeren! Sectie verrichten! Deelnemen aan gruwelijke operaties in plaats van mij met lichaam en ziel te wijden aan de muziek, de sublieme kunst waarvan ik toen al de grootheid ontdekte. O nee!’, zo noteerde hij in zijn memoires.

Toch moest hij er twee jaar lang aan geloven. Hector verkoos niettemin de Parijse Opéra boven het ‘geschreeuw van patiënten’ in ‘vieze ziekenhuizen’. En hij componeerde. Zijn muziek werd zowaar uitgevoerd. Hij ging naar het conservatorium en dong viermaal naar de Prix de Rome. De jury vond de onorthodoxe muziek van het enfant terrible ‘onspeelbaar’, ‘gevaarlijk’ zelfs, maar de vierde keer was het raak en won hij de prijs. Berlioz werd tot over zijn oren verliefd op de Engelse actrice Harriet Smithson. Zij moest echter niets van die opdringerige Fransoos hebben. Zoals hij Harriet en Shakespeare adoreerde, zo dweepte hij met Beethoven, die zijn muzikale horizon verruimde. Hij ontdekte de expressieve mogelijkheden om met een ‘sprekend’ orkest een spannend verhaal te vertellen en ontwikkelde zich tot een expert op het gebied van de instrumentatie. De ongelukkige liefde voor Harriet verwerkte hij in de Symphonie fantastique (1830) over de dromen en frustraties van een tragische kunstenaar.

Niet alleen in zijn memoires en brieven die hij aan het thuisfront schreef maar ook in zijn muziek kwam de overweldigende indruk die Italië op hem maakte tot uiting toen hij daar dankzij de prijs vijftien maanden mocht verblijven. De impressies zouden nog lang naklinken in werken als Harold en Italie, Roméo et Juliette, Le carnaval romain, Béatrice et Bénédict en Benvenuto Cellini.

Terug in Parijs bleek ook Harriet back in town te zijn. Met een onverminderde bezetenheid maakte Berlioz haar het hof. Het leidde zelfs tot een huwelijk. Dat hield zes jaar stand. Destijds verdiende hij zijn geld met journalistiek werk en timmerde hij aan de weg met concerten die hij zelf dirigeerde. Zo maakte hij vooral naam als dirigent. De poging om met Benvenuto Cellini het bolwerk van de Parijse Opéra te veroveren, mislukte jammerlijk.

Als miskend genie zocht Berlioz zijn heil in een internationale carrière. Hij dirigeerde overal in Europa en werd daarbij ook onthaald als een componist van originele muziek, zoals de hemelbestormende Damnation de Faust. In Frankrijk wekte hij vooral opschudding met massaconcerten, soms met meer dan duizend musici. Er verschenen karikaturen waarop hij met een telegraafpaal voor het orkest stond te zwaaien of waarop blaasinstrumenten waren afgebeeld als angstaanjagende kanonnen terwijl luisteraars vertwijfeld naar de oren grepen. Maar er was ook een andere Berlioz, die van de intieme liederen uit Les nuits d’été en de innige devotie van L’enfance du Christ.

Hij heeft zich nooit gemanifesteerd als een grijze muis in het Franse muziekleven, eerder als een componist van superlatieven, van mateloze tederheid en kolossale emoties, van grootse en meeslepende ervaringen. Toen hij zich waagde aan het illustere genre van de ‘grand opéra’, dijde dat meteen uit tot de dimensies van Les Troyens, ruim vierenhalf uur muziektheater. Zou hij dan toch nog de Parijse Opéra veroveren? Het bolwerk gaf geen krimp. Berlioz week uit naar het Théâtre-Lyrique, maar moest razend toezien hoe zijn grandioze werk daar werd verminkt.

Vijf jaar voor zijn dood keerde hij terug naar zijn geboortestreek. Daar was hij als jongen van twaalf ooit verliefd geworden op de achttienjarige Estelle Duboeuf. Bijna een halve eeuw later zocht hij haar op. Toen hij haar zag, kon hij volgens zijn memoires niet meer ademen, niet meer spreken. Sindsdien schreef hij haar bijna elke maand een brief, dankbaar voor de glimp die zij hem bood op zijn lang vervlogen kindertijd.

Zijn gezondheid liet al lang te wensen over. Na concerten in Sint-Petersburg probeerde hij wat bij te komen aan de Middellandse Zee, maar in Nice maakte hij een lelijke val, vermoedelijk ten gevolge van een beroerte. Hij overleed op 8 maart 1869 in Parijs.

Eddie Vetter (2-2019)

COLUMN

Met 'authentiek' alle kanten op
Ooit gehoord van Jan Freiheit? Vast niet. Hij is cellist in de Akademie für Alte Musik en doet zijn naam eer aan als gewaardeerd lid van het gerenommeerde Berlijnse ensemble. Maar hij is soms zo prominent aanwezig dat je je afvraagt: is die Freiheit zo goed of is hij gestoord? Die gedachte drong zich aan me op tijdens de Bach Academie in Brugge. Even was het geen ‘Hemel op aarde’: het motto van dit door Philippe Herreweghe geïnitieerde festival. Bij een uitvoering van een concert voor drie klavecimbels eiste Freiheit zoveel aandacht op als continuospeler dat de solisten naar de achtergrond werden verbannen.

Was dit nou ‘authentiek’ of eigenzinnig? Wat sowieso al de vraag was door al die (14) strijkers. Gustav Leonhardt en Ton Koopman opteerden indertijd voor kleinere formaties. Zoals die waarschijnlijk ook door Bach zelf in Leipzig werden ingezet bij de concerten met zijn zoons in Café Zimmermann. Met twee orkestsuites van Johann Bernhard Bach, een negen jaar ouder familielid van Johann Sebastian, namen de Berlijners echter revanche. Plezante muziek à la Telemann.

Het jaarlijkse festival van curator Philippe Herreweghe bood ook een wereldpremi- ère: een ‘stomme’ film (Lebenslicht) van Clara Pons, op muziek van… inderdaad Bach. Interessant experiment. Al kregen we een wel erg sombere impressie van ons (?) dagelijkse leven in een betonnen stadsjungle voorgeschoteld, inclusief de onontkoombare dood in troosteloos zwart-wit. De trage scènes misten hun uitwerking niet. Godzijdank vooral dankzij Bach. Wiens ‘soundtrack’ overigens net zo goed anders had kunnen worden samengeraapt.
In De Standaard las ik dat niet iedereen dit nieuwe pad van de Bach Academie kon waarderen. Lezingen en discussies, zelfs een concert op een schel piepend en kraaiend orgeltje in de kapel van Onze Lieve Vrouwe van Blindekens – allemaal prima. Maar die film! “Sinds wanneer heeft Bach illustratie nodig? Shame, Herreweghe!”, mailde iemand hem. Het pleit voor de oprichter van het Collegium Vocale Gent dat hij vernieuwingen niet uit de weg gaat. Sinds de oprichting in 1970 heeft dit elite-ensemble niets aan klasse ingeboet. Integendeel.

Het is nu wereldvermaard en trekt binnenkort met de Hohe Messe door Europa. Amsterdam is 16 juni aan de beurt. Gaan! Alleen al om die fantastische jonge Engelse countertenor Alex Potter live te kunnen horen in het Qui tollis en Agnus Dei. In Brugge was hij verschillende keren present als solist en – sympathiek – ook als lid van het koor. Op het slotconcert kwam alles mooi samen in nummer 11 van Bachs Werke Verzeichnis, met de cantate Lobet Gott in seinen Reichen.

Dit zogenaamde Himmelfahrts-Oratorium is een klein meesterwerk met trompetten en pauken. Het wordt zelden uitgevoerd. In Brugge kreeg de uitvoering extra betekenis door de manier waarop Potter de aria Ach bleibe doch, mein liebstes Leben zong. Iedereen kon met eigen oren horen dat Bach deze parel later, in gewijzigde vorm, opnieuw gebruikte in het Qui tollis van de Hohe Messe. Knap staaltje van recyclen. Zouden we zoiets ook accepteren van een buitenstaander?

Ik kom erop omdat ik me onlangs enorm heb geërgerd aan een uitzending van Diskotabel, waarin de Derde symfonie (die met orgel) van Saint-Saëns centraal stond in de vergelijking. Opname B werd aangekondigd als bewerking van iemand die er een orgelconcert van had gemaakt. Idioot idee. Bovendien een doodzonde doordat Guy Bovet de geniale opzet van Saint-Saëns om zeep heeft geholpen. Het orgel komt immers pas in het tweede deel aan bod. Aanvankelijk nauwelijks hoorbaar!

Wie zoiets negeert en daarmee de structuur van een werk aantast, die verdient eerder een pak slaag dan de popsterren die zich aan de populaire finale hebben vergrepen. “Leuke vondst”, hoorde ik iemand zeggen bij Diskotabel. Niemand sprak zich echter uit over de vandalistische daad van egotripper Bovet. Een alom gerespecteerde Zwitserse organist, zegt men, maar dit even terzijde. Het lijntje tussen authentiek en ‘authentiek’ is kennelijk flinterdun.
Nu we daarmee in de romantiek zijn beland: nog een tip. Ook bij de inmiddels 150 jaar dode Hector Berlioz spelen aspecten als origineel en authentiek tegenwoordig een rol. John Eliot Gardiner gaat daarbij, zeer succesvol, aanzienlijk verder dan zijn voorganger Colin Davis. De nieuwe ‘ster’ aan dit firmament is zonder twijfel de Franse dirigent François-Xavier Roth met zijn ensemble Les Siècles. Na Debussy en Ravel hebben ze nu Berlioz onder handen genomen met ‘period instruments’.

Fascinerend. Geen rare fratsen. De verkapte symfonie Harold en Italie, met Tabea Zimmermann als altvioliste, krijgt een intense cd-versie. En om die sublieme liederencyclus Les nuits d’été door een man te laten zingen is vrij uniek. Al zal niet iedereen staan te juichen bij het idee. Dit is toch het domein van sopranen of mezzosopranen? Klopt. Bariton Stéphane Dégout, die eerder op harmonia mundi schitterde met de cd Enfers (operascènes van Rameau en Gluck met Raphael Pichon), levert desondanks toch een respectabele prestatie.

Hoewel het kundige panel van de Parijse pendant van Diskotabel op France Musique een duidelijke voorkeur had voor de verfijnde versie van sopraan Véronique Gens en dirigent Louis Langrée op Erato. En dan nog even het laatste nieuws: Philippe Herreweghe kreeg op 11 maart van de Vlaamse minister van Cultuur het ereteken van Officier in de Leopoldorde. Hoge onderscheiding vanwege “zijn inzet en betrokkenheid”. Nee: niet voor Bach, maar “voor België”! Niettemin een felicitatie waard.

Hans Heg (2-2019)

  • cover
  • cover
Terug naar het overzicht