Terug naar het overzicht
cover
Offenbach La Perichole
€ 35,99 Bestellen
Toevoegen aan winkelmandje Bestellen

Offenbach

La Perichole

9788409083169

Componist Offenbach
Titel La Perichole
Artiest Les Musiciens du Louvre
Dirigent Minkowski, Marc
Artikel nr. 0001036BZ
EAN Code 9788409083169
Aantal CD's 2
Label BRU ZANE
Releasedatum 2019-06-01
# Titel & Artiest Tijd
1 Ouverture — Les Musiciens du Louvre; Marc Minkowski 002:13
2 Choeur: Du Vice-Roi c'est aujourd'hui la fête — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:38
3 Chansons des trois cousines: Promptes à servir — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:22
4 Dialogue: Un mot, les trois cousines?... — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:30
5 Sortie et dialogue: Ah! qu'on y fait gaîment glouglou — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 003:12
6 Choeur: C'est lui, c'est notre Vice-Roi! — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:40
7 Couplets: Sans en rien souffler à personne — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:57
8 Dialogue: Elle est gaie! — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:59
9 Marche Indienne — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:26
10 Entrée des Chanteurs — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:17
11 Dialogue: Dis-moi, Piquillo?... — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:31
12 Complainte: Le conquérant dit à la jeune Indienne — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:31
13 Dialogue: Allez! — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:36
14 Séguedille: Vous a-t-on dit souvent — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:24
15 Dialogue: Allons, messieurs, un peu de courage à la poche — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 010:11
16 Couplets de la lettre: O mon cher amant, je te jure — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:58
17 Dialogue: Me voilà, moi! — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 004:37
18 Finale: Oh! Là! Hé!...Holà! De là-bas — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:33
19 Couplets de la Griserie: Ah! Quel dîner je viens de faire! — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 003:12
20 Suite du Finale: Ah! Les autres étaient bien gris — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:39
21 Duetto du Mariage: Je dois vous prévenir, madame — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:39
22 Suite du Finale: Mon Dieu!...que de cérémonie!... — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 004:31
1 Entracte — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 003:02
2 Choeur des dames de la cour: Cher seigneur, revenez à vous — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:20
3 Dialogue: Une saltimbanque, mesdames! — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:10
4 Cancans-Couplets: On vante partout son sourire — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:22
5 Dialogue: Comment z'à madame!... — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:15
6 Couplets: Et là, maintenant que nous sommes — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:09
7 Dialogue: Ah! J'ai fait ce que vous vouliez — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:41
8 Choeur de la Présentation: Nous allons donc voir un mari — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:47
9 Couplets: Que veulent dire ces colères — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:24
10 Rondo de Bravoure: Écoute, ô roi, je te présente — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:12
11 Galop de l'Arrestation: Sautez dessus! — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:09
12 Rondo: Conduisez-le, bons courtisans — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 003:21
13 Entracte — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 002:09
14 Dialogue: Je suis en train de m'évader — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:46
15 Couplets-Boléro: Les maris courbaient la tête — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:29
16 Dialogue: Ah! Ces messieurs qui viennent de sortir... — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:27
17 Air: On me proposait d'être infâme — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 004:23
18 Dialogue: Qui est là? Qui va là? — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:18
19 Couplets de l'aveu: Dans ces couloirs obscurs — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 004:16
20 Dialogue: Mon Piquillo — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:32
21 Trio: Je suis le joli geôlier — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:54
22 Dialogue: Il est gentil! Ca va aller tout seul... — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 003:02
23 Intermède symphonique — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:00
24 Dialogue: Périchole, J'espère que voilà un public — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 000:21
25 Complainte des amoureux: Écoutez, peup' d'Amérique — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:43
26 Dialogue: Et maintenant, laisse-moi faire la quête — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:01
27 Finale: Tous deux, au temps de peine et de misère — LES MUSICIENS DU LOUVRE - CHOEUR DE 001:42

COMPONIST

De 'Mozart van de Champs-Élysées'
Rossini noemde hem de ‘Mozart van de Champs-Élysées’. De opzwepende cancan in de ‘helse galop’ van zijn operette Orfeus in de onderwereld was het handelsmerk van Jacques Offenbach. Dit jaar wordt herdacht dat de componist die van champagne muziek wist te maken, twee eeuwen geleden werd geboren.

Hij kwam in 1819 als zevende van tien kinderen ter wereld in Keulen. Zijn vader, Isaac Juda Eberst, was afkomstig uit Offenbach aan de Main in de buurt van Frankfurt. Daarom noemden ze hem ‘der Offenbacher’ of kortweg ‘Offenbach’. Isaac was muziekleraar en voorzanger in de synagoge. De kleine Jacob kreeg celloles. Samen met zijn vier jaar oudere broer Julius en zijn twee jaar oudere zus Isabella vormde hij een pianotrio waarmee ze in cafés optraden. Toen Jacob veertien jaar was, werd hij naar Parijs gestuurd om er aan het conservatorium te studeren.

‘Jacques’ had te weinig discipline voor het conservatorium. Na een jaar ging hij spelen in het orkest van de Opéra-Comique. Hoewel hij toen al componeerde, werkte hij vooral aan een solocarrière als cellist. Zo trad hij in 1843 met Liszt op in Keulen en een jaar later met Mendelssohn in Londen voor koningin Victoria en de Russische tsaar. Hij werd in die tijd rooms-katholiek om te kunnen trouwen met Herminie d’Alcain.

Offenbach droomde ervan dat zijn werk zou worden opgevoerd in de Opéra-Comique, maar de directie van het theater gaf geen krimp. Toen in 1855 de Wereldtentoonstelling in Parijs werd gehouden, zag hij zijn kans. Hij huurde de houten Salle Lacaze aan de Champs-Élysées. De zaal bood plaats aan slechts driehonderd toeschouwers maar lag wel vlak naast het tentoonstellingsterrein. Daar presenteerde Offenbach wat hij noemde een ‘nieuwe en originele’ vorm van muziektheater: komische operaatjes, pantomimes en dergelijke. De ‘Bouffes-Parisiens’ waren geboren. Het was een doorslaand succes. Tolstoj en Thackeray en de crème de la crème van Europa zaten op de eerste rij.

Het succes noopte Offenbach op zoek te gaan naar een grotere ruimte. Hij liet de Salle Choiseul bouwen, waarin wel negenhonderd bezoekers konden genieten van zijn ‘bouffes’. Deze zaal zou later als het Théâtre des Bouffes-Parisiens bekend staan. De ene na de andere operette zag er het licht, zoals Orphée aux enfers in 1858. Die wekte opschudding wegens de onverholen satire op keizer Napoléon III en evenzeer wegens de ‘galop infernal’ met de erotische cancanmuziek die Offenbachs handelsmerk zou worden. Met zijn bruisende en bijtende satires hield hij de Franse elite een spiegel voor.

In de jaren erna bleef hij surfen op de golven van het succes met operettes als La belle Hélène, La Grande-Duchesse de Gérolstein en La Périchole. Hierin schitterde Hortense Schneider, de diva die vanwege haar liaisons met gekroonde hoofden en andere gefortuneerde aristocraten de ‘passage des Princes’ werd genoemd, naar de chique winkelgalerij aan de boulevard des Italiens. Zij was de maîtresse van onder anderen de Russische tsaar Alexander II en de latere Engelse koning Edward VII.

Offenbach had een fijne neus, hij wist waar de mensen van hielden, maar zakelijk was hij allerminst. Daar kwam nog bij dat de Parijse theaters zwaar te lijden hadden onder de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871. De componist ging failliet en om de schulden te betalen maakte hij een grootscheepse tournee door de Verenigde Staten. Terug in Frankrijk werkte hij aan zijn meest ambitieuze en serieuze opera Les contes d’Hoffmann. Het was hem niet gegund deze te voltooien. Jacques Offenbach stierf op 5 oktober 1880 in Parijs.

Het is vooral aan de ‘Mozart van de Champs-Élysées’ te danken dat de operette zich heeft gevestigd als de belangrijkste vorm van licht muziektheater tot de komst van de musical in de twintigste eeuw. Toen hij in 1864 op het hoogtepunt van zijn roem in Wenen verbleef, moedigde hij Johann Strauss jr. aan om ook operettes te componeren. Zo had hij veel invloed in Frankrijk en daarbuiten. Nog afgezien daarvan: een groot deel van zijn oeuvre heeft de tand des tijds glansrijk doorstaan. Les contes d’Hoffmann behoort tot het standaardrepertoire, maar ook operettes als Orphée aux enfers, La belle Hélène, La vie parisienne, La Grande-Duchesse de Gérolstein, La Périchole en Les brigands zijn nog geregeld overal in de wereld te horen en te zien.

Nu wordt herdacht dat Offenbach twee eeuwen geleden is geboren, is het cd-aanbod overweldigend. In een jubileumbox met dertig cd’s zijn uitvoeringen verzameld van dirigenten als John Eliot Gardiner en Michel Plasson en zangers als José Carreras en Jessye Norman. Maar er is bijvoorbeeld ook een kersverse opname van La Périchole onder leiding van Marc Minkowski, die de muziek laat sprankelen alsof ze gisteren is ontstaan.

Eddie Vetter (Klassieke Zaken 4-2019)

  • cover
  • cover

Terug naar het overzicht