Terug naar het overzicht
cover
Léhar \ VSuppé, Von \ Kálmán e.a. Dein ist mein ganzes Herz
€ 23,99 Bestellen
Toevoegen aan winkelmandje Bestellen

Léhar \ VSuppé, Von \ Kálmán e.a.

Dein ist mein ganzes Herz

0886971190823

Componist Léhar \ VSuppé, Von \ Kálmán e.a.
Titel Dein ist mein ganzes Herz
Artiest Kirchschlager; A. \ Keenlyside, S.
Dirigent Eschwé, Alfred
Artikel nr. 001908288697
EAN Code 0886971190823
Aantal CD's 1
Label SONY CLASSICAL
Releasedatum 2007-10-04
# Titel & Artiest Tijd
1 Weißt du es noch — Tonkünstlerorchester Niederösterreich / Tonkünstlerorchester Niederösterreich 005:46
2 Meine Lippen, die küssen so heiß — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 004:36
3 Tanzen möcht' ich — KIRCHSCHLAGER, ANGELIKA 003:32
4 Da geh' ich zu Maxim — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 002:36
5 Es lebt eine Vilja (Vilja-Lied) — KIRCHSCHLAGER, ANGELIKA 005:25
6 Lippen schweigen, 's flüstern Geigen — KIRCHSCHLAGER, ANGELIKA 004:01
7 Dunkelrote Rosen — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 002:23
8 Ich lade gern mir Gäste ein — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 002:56
9 Mia bella fiorentina — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 005:25
10 Hab' ich nur deine Liebe — KIRCHSCHLAGER, ANGELIKA 004:03
11 Heut' Nacht hab' ich geträumt von dir — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 005:14
12 Du sollst der Kaiser meiner Seele sein — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 004:29
13 Wieder hinaus ins strahlende Licht — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 004:37
14 Draußen in Sievering blüht schon der Flieder — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 004:29
15 Nur die Liebe macht uns jung — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 005:29
16 Dein ist mein ganzes Herz — Tonkünstlerorchester Niederösterreich 003:25

Angelika Kirchschlager en Simon Keenlyside komen volmondig uit voor hun liefde voor de operette. Op hun cd met werken van Léhar, Von Suppé en anderen treden zij in de voetsporen van Fritz Wunderlich, Nicolai Gedda en Elisabeth Schwarzkopf, universele musici voor wie het lichte karakter beslist geen reden was op het genre neer te kijken.

door Willem Veldhuizen 


Door sommigen wordt beweerd dat de opera een absurde kunstvorm is waarin zingend wordt bemind, gemoord en gestorven. Deze uitspraak is net zo onbenullig als te opperen dat Madame Bovary toch uiteindelijk uit papier en inkt bestaat of dat Picasso’s ‘Guernica’ niet de verschrikking van een tragedie uitbeeldt maar slechts verf op doek is. Elke kunstvorm heeft zijn eigen wereld en kent zijn eigen wetten en het fascinerende aan opera is dat die het leven stileert en de menselijke expressie vormgeeft en verrijkt door en met muziek. De operette, letterlijk ‘kleine opera’, zou helemaal verdwaald zijn in onbenullige absurditeiten, in maskerades en verdraaiingen. Zelfs ‘Die Fledermaus’ werd, ondanks onverwoestbare populariteit en aantoonbare kwaliteit, door menig kritisch intellect neergesabeld en afgedaan als goedkoop volksamusement. Arnold Schönberg overigens, die het niet beneden zijn stand achtte om veel populaire muziek ‘betreurenswaardige massasuccessen van de trivialiteit’ te noemen, vond de composities van Johann Strauss geen burgerlijke maskerade maar oprechtheid.


Wat voor de opera geldt, geldt ook voor de operette: het drama wordt gevormd door de ingewikkelde, spannende verhoudingen tussen mensen. Maar waar de opera een zekere zwaarte bezit, is de operette lichter van taal en klank. Het moment dat het moet doen is vluchtiger, is meer een ogenblik dan een lange scène. Daarbij komt dat de operette in de loop van de tijd erg is verkitscht en verzoet. De constante behoefte aan vernieuwing is er grotendeels aan voorbijgegaan en er is talent en persoonlijkheid nodig om de kunstvorm levend te houden, of op zijn minst fris te brengen. Enkele generaties terug zijn er grote zangers geweest die zich met overgave aan het genre hebben gewijd: Elisabeth Schwarzkopf, Fritz Wunderlich, Hermann Prey, Nicolai Gedda en zelfs Dietrich Fischer-Dieskau. Zij onttrokken zich in hun interpretaties aan het gesentimentaliseerde beeld van Wenen dat Richard Tauber, vooral in optredens en shows tussen beide wereldoorlogen, in het leven had geroepen.


De Oostenrijkse mezzosopraan Angelika Kirchschlager en de Britse bariton Simon Keenlyside sluiten met hun operette-album hierbij aan. Het repertoire krijgt van beiden de serieuze aandacht die het verdient. Kitsch en dubieuze overgevoeligheid maken plaats voor grote muzikale potentie en eerlijke dramatiek, zonder geschmier dat maar al te vaak uit vocaal onvermogen ontstaat.


De meest gezongen componist op deze cd is Franz Léhar en met hem zitten we in het hart van de Weense traditie. Uit zijn ongeveer dertig operettes kozen de zangers het beste. ‘Da geh’ ich zu Maxim’ wordt door de tenoraal klinkende Keenlyside stijlvol gezongen. De humor in de tekst ontgaat hem niet. Het ‘Viljalied’ is bij Kirchschlager in vakkundige, geïnspireerde handen. Deze vaak gezongen aria kost haar niet de geringste moeite. Ook valt direct op hoe mooi en geestig de melodieën zijn en hoe transparant Léhar orkestreerde. Uit ‘Die lustige Witwe’, Léhars bekendste werk dat wel als geniaal in het genre wordt beschouwd, kozen de zangers het duet ‘Lippen schweigen, ’s flüstern Geigen’. Beider vertolking is vol prachtige loomheid en het Tonkünstler-Orchester Niederösterreich o.l.v. Alfred Eschwé begeleidt perfect in stijl. Het duet ‘Mia bella Fiorentina’ van Franz von Suppé is verzorgd, tot in de puntjes uitgewerkt en heeft de allure van een vederlichte Verdi.


Deze cd toont aan welke rijke mogelijkheden en uitdagingen er in de operette schuilen, zowel technisch als muzikaal. Dat Kirchschlager en Keenlyside met zoveel verve pleiten voor de operette is een daad van rechtvaardigheid.

  • cover
  • cover
Terug naar het overzicht