Handel

Agrippina

0190295336585

Componist Handel
Titel Agrippina
Artiest Didonato, Joyce e.v.a. / Emelyanychev, Maxim / Il Pomo D'Oro
Artikel nr. 0190295336585
EAN Code 0190295336585
Aantal CD's 3
Label PLG UK Classics
Releasedatum 2020-01-31
# Titel & Artiest Tijd
1 Sinfonia — DIDONATO 003:37
2 Nerone, amato figlio (1. Akt) — DIDONATO 002:42
3 Col saggio tuo consiglio — DIDONATO 004:54
4 Per così grand'impresa — DIDONATO 000:34
5 A' cenni tuoi sovrani — DIDONATO 002:49
6 La mia sorte fortunata — DIDONATO 003:35
7 Or che Pallante è vinto — DIDONATO 000:17
8 Umile alle tue piante — DIDONATO 002:04
9 Volo pronto, e lieto il core — DIDONATO 003:26
10 Quanto fa, quanto puote — DIDONATO 000:25
11 L'alma mia fra le tempeste — DIDONATO 002:37
12 Qual piacer a un cor pietoso — DIDONATO 002:23
13 Amici, al sen vi stringo — DIDONATO 000:20
14 Ecco chi presto fia Cesare a Roma — DIDONATO 001:15
15 Voi, che dell'alta Roma — DIDONATO 001:14
16 Il tuo figlio — DIDONATO 000:40
17 Ma qual di liete trombe — DIDONATO 000:15
18 Allegrezza, allegrezza! — DIDONATO 000:32
19 Che sento! — DIDONATO 001:31
20 Alle tue piante, o Augusta — DIDONATO 002:52
21 Augusta, amo Poppea — DIDONATO 001:03
22 Tu ben degno — DIDONATO 003:53
23 L'ultima del gioir meta gradita — DIDONATO 000:26
24 Lusinghiera mia speranza — DIDONATO 003:55
25 Vaghe perle, eletti fiori — DIDONATO 004:39
26 Otton, Claudio, Nerone — DIDONATO 000:17
27 Signora, o mia signora! — DIDONATO 001:05
28 Di lieta nuova apportator io sono — DIDONATO 001:17
29 Perché invece di Claudio — DIDONATO 000:20
30 E un foco quel d'amore — DIDONATO 002:12
31 Ma qui Agrippina viene — DIDONATO 003:04
32 Ho un non so che nel cor — DIDONATO 002:10
33 Cieli, quai strani casi — DIDONATO 000:46
34 Non veggo alcun — DIDONATO 000:28
35 Pur ritorno a rimirarvi — DIDONATO 003:46
36 Ma, oh ciel, mesta e confusa — DIDONATO 003:55
37 Vieni, o cara — DIDONATO 001:34
38 Che mai farò? — DIDONATO 000:15
39 Signor, signor, presto fuggiamo! — DIDONATO 000:29
40 E quando mai — DIDONATO 000:28
41 Pur al fin se n'andò — DIDONATO 000:21
1 O mia liberatrice — DIDONATO 000:56
2 Non ho cor che per amarti — DIDONATO 005:14
3 Se Ottone m'ingannò — DIDONATO 000:16
4 Se giunge un dispetto — DIDONATO 002:14
5 Dunque noi siam traditi? (2. Akt) — DIDONATO 000:55
6 Coronato il crin d'alloro — DIDONATO 003:11
7 Roma, più ch'il trionfo — DIDONATO 000:43
8 Vorspiel — DIDONATO 000:26
9 Ecco il superbo — DIDONATO 001:12
10 Di timpani e trombe — DIDONATO 001:26
11 Nella Britannia vinta — DIDONATO 000:33
12 Cade il mondo soggiogato — DIDONATO 003:38
13 Signor, quanto il mio core — DIDONATO 002:11
14 Nulla sperar da me — DIDONATO 001:44
15 E tu Poppea, mio bene? — DIDONATO 000:05
16 Tuo ben è 'l trono — DIDONATO 001:34
17 Soccorri almen Nerone! — DIDONATO 000:05
18 Sotto il lauro ch'hai sul crine — DIDONATO 002:09
19 Scherzo son del destin — DIDONATO 000:37
20 Otton, qual portentoso fulmine — DIDONATO 001:05
21 Voi che udite il mio lamento — DIDONATO 004:54
22 Spera, alma mia — DIDONATO 004:09
23 Il tormento d'Ottone — DIDONATO 000:26
24 Par che amor sia cagion del suo martire — DIDONATO 000:14
25 Vaghe fonti — DIDONATO 001:44
26 Ma qui che veggo — DIDONATO 001:32
27 Fantasmi della mente — DIDONATO 003:40
28 Ti vuò giusta e non pietosa — DIDONATO 002:10
29 Da quali ordite trame — DIDONATO 000:35
30 Ingannata una sol volta — DIDONATO 001:33
31 Pur alfin ti ritrovo! — DIDONATO 001:05
32 A non pochi perigli — DIDONATO 000:24
33 Son qui, mia vita — DIDONATO 001:20
34 Col peso del tuo amor — DIDONATO 003:33
35 Qual bramato piacere — DIDONATO 000:17
36 Quando invita la donna l'amante — DIDONATO 003:47
37 Pensieri, voi mi tormentate — DIDONATO 006:36
38 Sebben nemica sorte — DIDONATO 001:07
39 Col raggio placido — DIDONATO 002:54
40 Di giunger non dispero al mio desire — DIDONATO 000:09
41 Or è tempo, o Narciso — DIDONATO 000:53
42 Spererò, poiché me 'l dice — DIDONATO 002:19
1 Per dar la pace al core — DIDONATO 000:21
2 A vagheggiar io vengo — DIDONATO 003:29
3 Signor, Poppea — DIDONATO 000:43
4 Basta che sol tu chieda — DIDONATO 002:12
5 Favorevol la sorte oggi m'arride — DIDONATO 000:23
6 Ogni vento, ch'al porto lo spinga — DIDONATO 004:24
7 Il caro Otton al precipizio io spinsi (3. Akt) — DIDONATO 000:23
8 Ah mia Poppea — DIDONATO 001:46
9 Tacerò, purché fedele — DIDONATO 003:54
10 Attende qui Nerone e Claudio ancora — DIDONATO 000:15
11 Anelante ti reco, o mia diletta — DIDONATO 001:31
12 Coll'ardor del tuo bel core — DIDONATO 002:13
13 Amico ciel, seconda il mio disegno! — DIDONATO 000:25
14 Qui non v'è alcun, signore — DIDONATO 003:48
15 Temerario, insolente! — DIDONATO 000:49
16 Ora, Claudio, che dici? — DIDONATO 001:30

COLUMN

Brilliante Bach uit Mijnsheerenland
Ik waarschuw vast even: dit wordt een ongenuanceerd stukje. Aanleiding: na de maandenlange, nee, wat zeg ik, jarenlange stroom van overbodige bewerkingen van de Goldbergvariaties eindelijk weer een overtuigende ‘authentieke’ Bach. Pieter-Jan Belder speelt de zeven Toccata’s ‘gewoon’ (en hoe!) op het toetsinstrument waarvoor ze zijn geschreven: een groot formaat klavecimbel. Want daar, en nergens anders, horen ook de Goldbergvariaties thuis. Twee manualen zijn daar onmisbaar, opdat elkaar kruisende melodielijnen – lees handen – elkaar niet in de weg zitten. Zo simpel is het.

Een van de eerste transcripties van de Goldberg was voor strijktrio (slappe hap) en werd al snel gevolgd door andere combinaties. Zoals strijkorkest (vreselijk), blaaskwintet (krampachtig), saxofoonkwartet (bizar), twee accordeons (idem), twee harpen, slagwerk – en niet te vergeten: de moderne vleugel. Ook een toetsinstrument, dus dat blijft in de buurt van het origineel. Met dit verschil dat de snaren van een klavecimbel worden aangetokkeld met behulp van een plectrum.

De snaren van piano’s en vleugels worden via omwoelde hamertjes tot klinken gebracht, waardoor er forte en piano (hard en zacht), kan worden gespeeld. En dat is iets anders. Deze al uit de achttiende eeuw daterende, revolutionaire ontwikkeling is door Glenn Goulds roemruchte kijk op de Goldbergvariaties uitgemond in een karikaturale vertolking van dit meesterwerk. Dat overigens recht overeind blijft, hoe je er ook mee solt. Nee, verder geen namen en rugnummers. Die kunnen de liefhebbers en Bachkenners zelf wel bedenken.

Ik hecht meer waarde aan de Nederlandse klavecimbelschool die wereldwijd de aandacht trok toen Gustav Leonhardt op het toneel verscheen. Grote autoriteit en een grootmeester in zijn vak. Speciaal voor hem kwam men naar Amsterdam en naar wat toen nog het Sweelinck Conservatorium heette. Ton Koopman en Bob van Asperen zijn in zijn voetspoor getreden. Pieter-Jan Belder, leerling van Van Asperen, zet die traditie overtuigend voort als klavecinist en continuospeler. Zijn omvangrijke discografie is uitgegroeid tot een plank vol memorabele uitgaven. Met bijna al het solowerk van Bach en inmiddels ook alle 555 sonates van Scarlatti. De in een kerk in Mijnsheerenland geregistreerde toccata’s (die Forkel, een van Bachs eerste biografen, nog bestempelde als Jugendübungen!) krijgen bij Belder het volle pond. De quasigeïmproviseerde passages combineert hij virtuoos en verrassend vitaal met soms heerlijk swingende fuga’s. Heel karakteristiek voor deze toccata’s, die je ten onrechte maar zelden hoort omdat ze tussen wal en schip zijn terechtgekomen.

Extra pluspunten zijn het fraaie klavecimbel (een kopie van Titus Crijnen, naar een Vlaams instrument van Ruckers uit 1624) en de uitstekende, glasheldere opname van Brilliant Classics. Een Edison waard. En daarmee ben ik beland bij een probleemgeval. Bij de twee inderdaad opmerkelijke en overal terecht bejubelde nieuwe Sibeliusuitgaven van Alpha Classics. Met de spraakmakende jonge Finse dirigent Santtu-Matias Rouvali (34), die een bliksemcarrière maakt.
Naast zijn baan in Tampere heeft hij al contracten op zak als chef in Zweden (Gothenburg) en in Londen (Philharmonia Orchestra). Rouvali maakte onlangs ook een succesvol debuut bij het Concertgebouworkest. Een optreden dat de aandacht trok. Het maakte zelfs speculaties los over een mogelijke kandidaat voor de opvolging van Gatti. Misschien wat voorbarig, maar het past wel in een oude traditie in Amsterdam. Mengelberg, Van Beinum en Chailly begonnen immers ook op jonge leeftijd bij het KCO. Pas met de komst van Jansons en Gatti koos het orkest bewust voor oudere dirigenten.

De Grote Vraag wordt dus: valt het Concertgebouworkest anno 2020 op jong of op oud? We zullen zien. Vertaald in KCO-termen heet dat: ‘binnen afzienbare tijd’ volgen mededelingen over een benoeming. Afwachten dus. Daarom even terug naar de eerste twee releases in de Sibeliuscyclus van Rouvali. Hij zorgt voor ijzersterke en geprononceerde lezingen. Het orkest van Gothenburg mag er wezen in deze idiomatische interpretaties. Heel boeiend. Toch heb ik er, in tegenstelling tot wat een paar collega’s vinden, géén vijf sterren voor over. En dat heeft niets met Rouvali te maken.

Het probleem zit hem in de technische kwaliteit van de opnamen. Het geluidsdecor is een beetje kaal, de klank van het orkest mist soms warmte en intensiteit, hoewel er met veel inzet wordt gespeeld. Ik heb weleens mooiere registraties uit Gothenburg gehoord. Zou dat misschien komen door de inbreng van Lars Nisson, die tekent voor ‘recording and sound design’? Wat dat ook moge betekenen. Ik kan gewoon niet wachten totdat Rouvali ook zo’n overtuigende Sibelius op het Concertgebouworkest kan loslaten. Liefst niet op lange termijn, gewoon ‘binnen afzienbare tijd’.

Tot slot even aandacht voor een visueel aspect. Kijk vooral goed naar de foto’s op de voorkant van de hoesjes. Prachtige portretten van een jonge dirigent in actie. Raak getroffen, precies zoals ik Rouvali bezig zag in het Concertgebouw met Verdi, Theo Verbey en vooral in Stravinsky’s Oedipus Rex. Een meesterlijke en messcherpe uitvoering, ondanks de schrikbarende miscast van Lance Ryan in de titelrol. Maar dit even terzijde. Die briljante foto’s van Rouvali zijn van onze Nederlandse meester Marco Borggreve. Ik stel voor dat hij ook eens een prijs krijgt. Hij levert al jaren topwerk af.

Hans Heg (Klassieke Zaken 2-2020)

  • cover
  • cover
Terug naar het overzicht