Koninklijk Concertgebouworkest

2007-03-30 14:13:01

Mariss Jansons: ‘Mahler zit in de genen van het Concertgebouworkest’

Mariss Jansons en het Koninklijk Concertgebouworkest hebben op het label RCO Live de Vijfde symfonie van Gustav Mahler uitgebracht. Een symfonie met een geschiedenis en een ijkpunt voor dirigenten van het Koninklijk Concertgebouworkest.

door Paul Janssen

Het gaat goed met het Koninklijk Concertgebouworkest. Cultuurminister Ronald Plasterk heeft eindelijk de bijzondere status van het orkest als ambassadeur van niet alleen de Nederlandse cultuur maar van alles waar Nederland voor staat erkend met een extra bijdrage uit de subsidiepot. Onder de noemer Internationale Excellentie heeft de minister het mogelijk gemaakt om het ene orkest iets meer gelijk te behandelen dan het andere. Bovendien roert het orkest zich flink op de cd-markt. De nood om zelf cd’s uit te brengen omdat chefdirigent
Mariss Jansons geen contract had met een cd-maatschappij, is allang veranderd in een zegen. Het orkest kan zelf bepalen wat het uitbrengt aan live-opnamen en zo het ideale visitekaartje samenstellen voor de buitenwacht.
De laatste troef in deze is een mooie registratie van Mahlers Vijfde symfonie. Uiteraard onder leiding van Mariss Jansons. Het is een gewaagde keuze want van alle Mahler-symfonieën is de Vijfde misschien wel het meest verbonden met het Concertgebouworkest. Dat komt vooral door Willem Mengelberg, de chef-dirigent die Gustav Mahler aan het begin van de twintigste eeuw persoonlijk naar Nederland haalde. In het seizoen 1905-10906 zou de componist zelf de première van zijn Vijfde symfonie dirigeren. Hoewel die Nederlandse première uiteindelijk gegeven werd door de Berliner Philharmoniker in Scheveningen,ging de belangstelling van pers en publiek uit naar de uitvoering van het Concertgebouworkest. Mahler had de symfonie al ‘zeer, zeer, veeleisend’ genoemd en het publiek was na het concert onder leiding van de componist in maart 1906 in eerste instantie dan ook niet erg enthousiast.
Mengelberg wel. Niet alleen noteerde hij in de partituur, die nog steeds in het bezit is van het Koninklijk Concertgebouworkest, alle veranderingen die Mahler inmiddels had doorgevoerd, ook schreef Mahler bij het schitterende vierde deel, het fameuze Adagietto, ter verklaring het beroemde gedichtje ‘Wie ich Dich liebe, Du mein Sonne, ich kann mit Worten Dir’s nicht sagen. Nur meine Sehnsucht kann ich Dir klagen und meine Liebe, meine Wonne’. Mengelberg schreef er in de kantlijn bij: ‘Dit Adagietto is Mahlers liefdesverklaring aan Alma. In plaats van een brief stuurde hij haar dit manuscript, zonder een woord extra. Zij begreep hem en schreef: Kom maar!’ Mengelberg voegde ten overvloede toe dat zowel Alma als Gustav hem dit verhaal verteld had.
Ziedaar het schamele bewijs over de ware aard van het Adagietto. Omdat het de enige keer is dat dit zwart op wit staat, heeft de partituur van het Koninklijk Concertgebouworkest een legendarische status onder Mahlervorsers. Bovendien bestempelde Mengelberg het Adagietto destijds tot zijn lijflied en voerde hij het te pas en te onpas uit met zijn orkest. Zo installeerde hij niet alleen een stevige Mahlertraditie in Amsterdam, hij bombardeerde de Vijfde symfonie als geheel en het Adagietto in het bijzonder tot hét examenstuk voor elke volgende chef-dirigent van het orkest.
Bernard Haitink slaagde feilloos, al voerde hij vooral het Adagietto een stuk langzamer uit dan Mengelberg, die vooral het ‘liefdesliedje’ graag in een recordtijd afwerkte. Riccardo Chailly moest aanvankelijk erg wennen aan Mahler, maar wist uiteindelijk met zijn combinatie van prettige exactheid en Italiaanse geëxalteerdheid het pleit te winnen.
En nu heeft de oude rot Mariss Jansons zich gewaagd aan de Vijfde. Eerder al liet hij met de Zesde en de briljant vertolkte Eerste symfonie horen dat Mahler geen geheimen voor hem heeft, en vorig jaar oktober stapte hij verder de Mahlertraditie van het orkest binnen en zette hij zich voor het eerst aan Mahlers Vijfde.
‘Traditie is een geweldig fenomeen,’ zegt Jansons desgevraagd. ‘Het voordeel is dat ik met het orkest direct op een heel hoog niveau aan Mahler kon beginnen. Als je bij een orkest als het Koninklijk Concertgebouworkest komt, moet je wel van Mahler houden, en je moet het ook meteen goed uitvoeren. Het is een traditie die je niet kan en niet mag ontkennen.’
Nu staat Jansons in Nederland niet bekend als een groot Mahlerdirigent, maar in andere landen heeft hij de componist vaak op het programma gezet. ‘Mahler was de eerste componist voor wie ik een grote liefde opvatte,’ zegt hij. ‘En die liefde is gebleven.’ Daarom is hij blij dat hij Mahlers werken met de musici van het KCO kan uitvoeren. ‘Het is muziek die in hun hart en in hun genen zit. Het is fantastisch wat je als dirigent terug krijgt.’
Voor vergelijkingen met andere dirigenten is hij nooit bang geweest. ‘Zolang men mij maar niet vertelt dat ik het niet goed doe omdat ik langzamer of sneller zou zijn dan Mengelberg of Haitink. Dat vind ik zo’n onzin. Iedere dirigent legt andere accenten, dat is juist de charme van de muziek. En zolang je maar binnen het frame van mogelijkheden blijft die de partituur biedt, is er niets aan de hand en wordt het alleen maar interessanter.’
En interessant is het, want Jansons is met vlag en wimpel geslaagd. De onlangs verschenen live-opname is wederom een parel aan de kroon die de eigen discografie van het Koninklijk Concertgebouworkest inmiddels vormt. Direct bij de Treurmars grijpen dirigent en orkest de luisteraar bij de strot, wat naast de uitvoering alles te maken heeft met de Concertgebouwakoestiek die op de sacd prachtig naar voren komt. Jansons laat de grip vervolgens niet meer los en zet een mooie, stevig in de klanktraditie van het orkest verankerde Vijfde symfonie neer. En ja, ook het Adagietto klinkt zoals het klinken moet, maar ondanks Mengelberg en het liefdesverhaal gaat de Vijfde daar eigenlijk niet over.
Het zijn vooral de andere delen waarin orkest en dirigent uitblinken. Die laten horen dat Mahler hier de twintigste eeuw binnenstapt. Vandaar dat de luisteraars er destijds aan moesten wennen, en vandaar dat het KCO en zijn chef-dirigent zo overtuigend klinken; er zit inmiddels ruim een eeuw tussen de Nederlandse première en deze officieuze
‘vuurdoop’ van Mariss Jansons.

Gustav Mahler
Symfonie nr. 5
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
RCO Live 08007

http://www.concertgebouworkest.nl

Relevante recensies