Dijkstra, Peter

2008-02-21 10:22:50

Motetten door wonderboy Peter Dijkstra

De dirigent Peter Dijkstra (1978) leidt het Nederlands Kamerkoor in een nieuwe opname van Bachs Motetten. Zijn lichte, ontspannen uitvoering is een verademing.

door Jurjen Vis

Cantor Johann Sebastian Bach schreef zijn motetten voor bijzondere gelegenheden, waarschijnlijk begrafenissen. Behalve ‘Singet dem Herrn’, want de zin ‘Alles was Odem hat lobe den Herrn’ gaat wel uit van een levend gehoor. Waarschijnlijk was het bedoeld als oefenstuk voor de jongens van de Thomasschule. Het enig dateerbare motet is ’Der Geist hilft unser Schwachheit auf ’ uit 1727. Waarschijnlijk zijn de vijf andere motetten ouder. Alleen over het auteurschap van ‘Lobet den Herrn’ bestaat twijfel.
Elk motet staat los en is een kosmos op zichzelf en behalve de passages met koralen vertonen de composities eigenlijk nauwelijks overeenkomsten. Het is onbegeleide vocale muziek, en dat was in Bachs dagen al niet meer vanzelfsprekend, want het a cappella motet gold als een verouderde vorm. Hoe vocaal ook, al in Bachs dagen was meespelen met instrumenten gebruikelijk.
Sigiswald Kuijken heeft vorig jaar met zijn Petite bande laten horen hoe mooi dat kan zijn. Alle stemmen waren solistisch bezet en werden gedubbeld met instrumenten. René Jacobs maakte enkele jaren geleden een opname met het RIAS-Kammerchor en liet in sommige motetten instrumenten meespelen, hier en daar dunde hij het koor uit. Ook heel overtuigend.
Peter Dijkstra komt nu met het Nederlands Kamerkoor met zijn opvatting. Hij is een dirigent die de koorzang met de paplepel kreeg ingegoten, een wonderboy die er zijn hand niet voor omdraait ook zelf mee te zingen. Zijn staat van dienst is nu al indrukwekkend. In 1999 was hij oprichter van The Gents, een koor van jonge mannen dat hij tot in 2007 heeft geleid. Sinds 2005 is hij artistiek leider van het koor van Beierse Radio en vaste gastdirigent van het Nederlands Kamerkoor. Vanaf september is hij chef van het Zweedse Radiokoor.
Voor Dijkstra zijn Bachs motetten vocale muziek bij uitstek en om die reden liet hij instrumenten achterwege. Die beïnvloeden de stemmen hoe dan ook, zodat de werken instrumentaler klinken dan wenselijk is. Om het fundament te verstevigen laat hij een basso continuo meespelen. Niet alles wordt ‘plenum’ gezongen, hier en daar zingen kleine solistenensembles.
Dijkstra is zanger genoeg om te weten wat hij doet. Als je niet alleen met solisten werkt maar met een koor moet alles wel zingbaar blijven. Dus bij voorkeur iets langzamer, lichter en ook ontspannener, zodat de zangers zich niet kapot zingen. Dijkstra’s geduld loont. Zijn onthaaste aanpak is een verademing, letterlijk en figuurlijk. Een voorbeeld uit ‘Jesu meine Freude’: Es ist nun nichts. Volgen twee tellen rust. Daarna, nog zachter: nichts. Opnieuw twee tellen rust die nu een eeuwigheid lijken te duren. Zo hoor je het nooit, weldadig! Zachte balsem, liefdevol gestreken. Zo zijn er meer passages aan te wijzen. In ‘Komm Jesu komm’ klinken de eerste twee ‘kommen’ eerder aarzelend dan gebiedend. Heel knap en ook eigenlijk zo waar. Geen sterveling weet immers wat er komt van de andere kant. Kortom, Dijkstra laat horen dat de motetten ook met een vol bezet koor heel goed kunnen. En wat er waar mag zijn van reconstructies van uitvoeringspraktijk: wij moeten er als eenentwintigste-eeuwers met onze oren en harten mee kunnen leven, wij moeten de muziek uitvoeren en er naar luisteren in onze omstandigheden.
Ik heb zo maar het gevoel dat het jongenskoor van de Thomaskirche onder Bach het niveau van het Nederlands Kamerkoor met zijn geweldige volwassen zangers nooit zou halen. De omstandigheden waaronder in de 21ste eeuw wordt gewerkt zijn uiteindelijk heel wat beter; Bach moest tenslotte roeien met de riemen die hij had.

Johann Sebastian Bach
Motetten
Nederlands Kamerkoor o.l.v. Peter Dijkstra
Channel Classics CCS 27108

http://www.peterdijkstra.nl

Relevante recensies