Andsnes, Leif Ove

2006-12-01 19:58:07

De Noorse pianist Leif Ove Andsnes deed de afgelopen tijd flink van zich spreken. Hij wierp zich op als een advocaat van zijn honderd jaar geleden overleden landgenoot Edvard Grieg en kreeg internationaal veel bijval voor zijn bij die gelegenheid uitgebrachte cd ‘Ballad for Edvard Grieg’. Een gesprek over Grieg en meer.


door Paul Janssen


Niet alleen de critici waren enthousiast over de nieuwe cd van Leif Ove Andsnes. Ook het Noorse publiek liet zich danig gelden. De cd met het Pianoconcert, een aantal Lyrische stukken en de niet eerder opgenomen Ballade in g op. 24 steeg in no time naar de hoogste regionen van de landelijke cd top honderd. Niet de klassieke, maar de poplijst. Een eenzame pianist en werken van Grieg tussen internationale pophelden, het is weer eens wat anders. ‘Sommige cd’s doen dat nu eenmaal in Noorwegen,’ zegt Andsnes, alsof hij in het geheel niet onder de indruk is. ‘EMI Noorwegen is erg gespitst op mogelijkheden die buiten de gangbare klassieke wegen liggen,’ legt hij even later uit, ‘dus promoot de maatschappij mijn cd vooral op plekken waar een ander publiek komt dan de gangbare klassieke liefhebber. Het werkt. Van mijn cd met pianoconcerten van Mozart zijn ook alleen in Noorwegen al zo’n 40.000 stuks verkocht.’ Een klassieke cd als tophit! Het kan dus. ‘Er was wel een tv-commercial aan gekoppeld,’ verklaart Andsnes als reden voor het succes. ‘De cd werd gepresenteerd als een soort Best of Grieg. En Grieg is nu eenmaal een icoon in Noorwegen. Nog steeds. Veel Noren kopen alleen maar een Grieg-cd om er een in huis te hebben. Grieg is hier zoiets als Shakespeare in Engeland.’ Hoewel het grote publiek de cd volgens Andsnes zeker niet zal kopen vanwege de Ballade, de enige nieuwe opname op de cd, speelde ook mee dat rond 4 september, de sterfdag van Grieg, een tv-documentaire over Grieg met Andsnes en de Ballade in de hoofdrol op de Noorse tv te zien was. Vooral de spectaculaire beelden van Andsnes die de Ballade op 1400 meter hoogte eenzaam op de Hardanger berg vertolkt, hebben ongetwijfeld wonderen gedaan. Ondanks de status van Grieg in zijn vaderland is Andsnes geen onvoorwaardelijk fan van zijn muziek. ‘Griegs oeuvre is geen onuitputtelijke wereld zoals die van Bach of Mozart, muziek waar je elke dag weer naar kunt grijpen zonder een moment verveeld te raken. Er zijn tijden dat ik geen noot van Grieg speel of hoor. Maar er is altijd iets dat mij weer naar zijn muziek doet terugkeren. Zijn werk vertolkt diepe emoties, spreekt recht tot het hart. Bovendien ontdek ik soms stukken die ik eerder over het hoofd heb gezien. En ik denk dat dit voor veel mensen geldt. Emil Gilels dacht altijd dat Grieg slechts leuke studiestukjes voor kinderen had geschreven. Tot hij op latere leeftijd diens werk eens serieus bestudeerde. Toen was hij direct verkocht.’ Andsnes laat inderdaad nog wel eens werken van Grieg links liggen. Een daarvan was de Ballade in g, in feite een thema met variaties. ‘Ik vond het altijd een heel moeilijk stuk. Niet alleen pianotechnisch, maar ook in opbouw. Iedere keer als ik er naar luisterde, stokte het wel ergens voor mij. Ik miste de drive.’ Het is ook geen compositie zoals een variatiewerk van Bach of Beethoven. Deze componisten beginnen met een eenvoudig thema en bouwen daar een heel betoog op. ‘Grieg begint al met een thema dat zo uitgewerkt is, zo chromatisch geharmoniseerd en zo mooi, dat je je direct afvraagt wat er daarna nog moet komen. Daar komt veel van de latere stagnatie in het werk uit voort. Grieg was in die periode erg depressief, en dat is hoorbaar. Ook daarom voelde ik me er nooit toe aangetrokken. Pas toen ik het niet lang geleden opnieuw studeerde, ontdekte ik de schoonheid en de diepe emotionaliteit en merkte ik dat de stagnatie niet in het werk zit, maar in de manier waarop het gespeeld wordt. Het vergt pianotechnisch veel, en het is goed mogelijk om de drive te behouden.’


Leeftijd


Andsnes zwijgt even op de vraag waarom het werk nu wel binnenkomt en jaren geleden nog niet. ‘Misschien heeft het te maken met mijn eigen leeftijd,’ zegt hij na lang aarzelen. ‘Ik ben nu 37, ongeveer dezelfde leeftijd die Grieg had toen hij de Ballade schreef. Misschien zijn de emoties in de Ballade voor een twintiger niet zo goed te begrijpen.’ Niet dat Andsnes ongelukkig of depressief is, laat hij direct volgen. Integendeel zelfs. Hij is erg gelukkig en weet zich omringd door de muzikale rijkdom van het pianorepertoire. Ook met Grieg is hij nog niet klaar. ‘Ik heb nog niet de helft van de Lyrische stukken opgenomen, er zijn nog wat oudere pianowerken en ik wil heel graag zijn liederen en kamermuziek zoals de Vioolsonate opnemen.’ Kamermuziek. Het woord valt niet voor niets. Het is naast het solorepertoire Andsnes’ grote liefde. Zo heeft hij in Noorwegen zijn eigen kamermuziekfestival. Daar ontmoette hij negen jaar geleden ook het Artemis Quartet, een viertal waarmee het direct klikte. Onlangs verscheen er eindelijk een cd van de combinatie. Andsnes en het kwartet namen de Kwintetten van Schumann en Brahms op. ‘Werken die ik heel graag wilde opnemen,’ zegt Andsnes snel om de vraag waarom hij juist deze werken koos voor te zijn. ‘Ze behoren tot mijn absolute favorieten. Schumann speel ik al heel lang en Brahms heb ik als een soort goudschat bewaard en pas een paar jaar geleden voor het eerst gespeeld. Het Artemis Kwartet past geweldig bij mijn spel.’ ‘We kunnen nog meer verwachten,’ zegt Andsnes voorzichtig. Dat geldt ook voor de combinatie met het Norwegian Chamber Orchestra, het orkest waarmee hij een langdurig samenwerkingsverband heeft. Dit voorjaar verschijnen de pianoconcerten KV453 en KV466 op cd, een vervolg op de eerder verschenen succesvolle cd met de concerten KV271 en KV456. Andsnes zal net als de vorige keer het orkest vanaf de vleugel leiden, want ‘dat deed Mozart tenslotte ook.’ Veel verder gaat Andsnes overigens niet in zijn authenticiteit, al heeft de oude muziekbeweging wel invloed op zijn spel. ‘Elke musicus van mijn generatie met een open geest kan niet om de oudemuziekpraktijk heen. We zijn er allemaal door beïnvloed. Niet zozeer in het instrumentarium dat we gebruiken, maar wel in gebaar. Ik heb wel eens gedacht aan een fortepiano, maar ik word zelf niet enthousiast van het instrument. De moderne vleugel is mijn instrument, daarmee kan ik mij het beste uitdrukken. Ik zie mezelf echt niet in een grote zaal achter een fortepiano zitten.’ ‘Nu ja, misschien ooit,’ laat hij zich ontvallen. Voorlopig heeft hij echter nog meer dan genoeg aan de moderne vleugel. ‘Ik heb nog zoveel te wensen. Er is zoveel muziek voor de piano. Ik voel mij wat dat betreft echt een gezegend mens. Ik heb ook geen enkele behoefte om mij in een bepaald genre of een bepaald tijdperk te specialiseren. Ik speel nu weer veel Bach en de komende jaren staat er voor het eerst veel Franse muziek op het programma zoals de Preludes van Debussy. Geweldig is dat. Daarnaast ga ik weer meer Beethoven en moderne muziek spelen. Ik prijs mij gelukkig: muziek is mijn drijvende kracht. Het is een bron die nooit opraakt.’

http://www.andsnes.com

Relevante recensies