Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Die Zauberflöte met meer dan een vleugje sexappeal
Original Broadway Cast Recordings van musicals die in New York in première zijn gegaan, hebben vaak die heel speciale sfeer: direct wordt duidelijk dat de spelers podiumervaring hebben in hun rol en helemaal in de huid van hun personage gekropen zijn, hetgeen hoorbaar is aan de manier waarop kleine stukjes dialoog naadloos overlopen in de songs. De connectie tussen tekst en muziek staat als een huis en de theatersfeer sprankelt omhoog uit het orkest. Dat specifieke gevoel heeft René Jacobs perfect weten te vangen in zijn nieuwe opname van Mozarts opera Die Zauberflöte.
Door Hein van Eekert
Als rechtgeaard oudemuziekspecialist schreef Jacobs in het begeleidend boekje bij de cd’s zelf een inleiding met een gemotiveerd pleidooi voor het tekstboek van Emanuel Schikaneder en voor zijn beslissing om de gesproken dialogen bijna volledig in zijn uitvoering te betrekken (op de meeste plaatopnamen worden ze drastisch ingekort en soms worden ze zelfs weggelaten). Die uitleg is goeddeels overbodig, want alles wordt eigenlijk al verteld in de uitvoering zelf. Het is weliswaar niet de eerste keer dat de gesproken tekst integraal in een plaatopname is verwerkt, maar nog niet eerder is er zo’n fraai organisch geheel van de dialogen en de muziek gemaakt: de intro’s van de aria’s worden soms al ingezet als de dialoog nog bezig is en in de gesproken gedeelten zit verrassend meer zang en muziek dan we gewend zijn: de fortepiano geeft ons flarden van de bekende aria’s op plekken waar dat goed van pas komt en de zangers doorspekken hun gepraat nu en dan met stukjes zang. De soms Robert-Altmanachtige geluidsregie – elkaar overlappende monologen – zorgt voor extra vaart en ritmiek in het geheel.
Jacobs maakt organisch geheel van dialogen en muziek
Intussen jongleren Jacobs en de Akademie für Alte Musik Berlin ongegeneerd met de tempi: soms plotseling op de rem trappend en dan weer versnellend als het drama erom vraagt. Een enkele keer – het mank lopende dansje van Monostatos en de slaven in de eerste finale is een voorbeeld – herinnert het aan de wat crue visie op humor die Jacobs in een aantal vroegere opnamen etaleerde, maar meestal heeft het succes. Zo begint het duet tussen de subtiel gekarakteriseerde Papageno van Daniel Schmutzhardt en de verrassend pikante Papagena van Jacobs-regular Sunhae Im in spannende traagheid en eindigt het als een swingende tweezang waarbij het zonneklaar is dat het duo popelt om de viele kleine Kinderlein te gaan verwekken waar ze zojuist zo gloedvol over hebben gezongen.
Te midden van alle levensechtheid valt het nauwelijks op dat we in het zangerspeloton geen vocale persoonlijkheden vinden in de stijl van vroegere Zauberflöte-sterren als Lucia Popp, Fritz Wunderlich of Walter Berry, of het moet Marlis Petersen zijn, die met haar vocaaldramatische allure een echt eigentijdse, positieve en bijna ongewoon sensuele Pamina vertolkt. Ze is in alle opzichten de sterke vrouw achter de jonge, intellectuele Tamino van Daniel Behle. Er wordt over de gehele linie mooi gezongen, bijvoorbeeld door Marcos Fink als een vriendelijk warmbloedige Sarastro en de lekker kruidig klinkende Inga Kalna als aanvoerster van een goed op elkaar afgestemd Damestrio. Anna-Kristiina Kaappola heeft voor de Königin der Nacht niet alleen een indrukwekkend rijtje hoge noten op haar zang, maar geeft haar ook gestalte door haar indrukwekkende spreekstem.
René Jacobs presenteert Die Zauberflöte als was de opera het leven zelf, met een veelheid aan uiteenlopende karakters en plotselinge stemmingswisselingen, met wanhoop en blijdschap, met verhevenheid en platte humor en – het hoge woord moet er maar eens uit – meer dan een vleugje sexappeal.