De meeste domme uitspraken verliezen na verloop van tijd aan relevatie, maar Stravinsky’s laatdunkende opmerking over Vivaldi, die niet vijfhonderd concerten, maar hetzelfde concert vijfhonderd keer zou hebben gecomponeerd, lijkt met iedere nieuwe opname zwaarder te worden gelogenstraft. Het nieuwe deel in de Vivaldi-editie biedt een verzameling bekende en minder bekende vioolconcerten die overlopen van originaliteit en fantasie. Il grosso mogul portretteert een Indiase mogolheerser. Met zijn Turkse trekjes en zigeunerinvloeden is Vivaldi naar huidige etnomusicologische maatstaven niet helemaal verantwoord bezig, maar het resultaat is een onderhoudend, excentriek concert – tevens het vroegst bekende met solocadensen. Ook La caccia, waarin een jachtpartij in muziek wordt uitgedrukt, is een fenomenaal staaltje illustratieve muziek. Maar het zijn vooral de drie concerten RV 199, 234 en 270 die getuigen van Vivaldi’s meesterschap. De componist verklankt hier vermoeden (sospetto), ongerustheid (inquietudine) en rust (riposo) en hij bedient zich daarvoor van verbazingwekkende sonoriteiten en ritmische vondsten. Luister alleen eens naar het korte largo van L’inquietudine: een bezwerende soloviool boven onheilspellende, desoriënterende tuimelbewegingen in de ripienostrijkers; je ervaart een bijna fysieke sensatie van onrust. Onofri en zijn ensemble spelen de vonken van hun snaren, aangemoedigd door kwetterende – doch allerminst storende – zwaluwen. Behalve in Il riposo. Dat werd, heel toepasselijk, ’s nachts opgenomen. Jan Kunst
Antonio Vivaldi
Vioolconcerten vol. 1
Onofri, Enrico.
Academia Montis Regalis.
Naïve OP 30417
bestellen