Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Ingehouden pathos, trouw aan de noten, een gereserveerde kijk op het klassieke repertoire: dat zijn de kwaliteiten van de legendarische pianist Maurizio Pollini. In de Amsterdamse serie Meesterpianisten viert hij zijn 70ste verjaardag.
Toen een interviewer hem kort geleden vroeg naar zijn opvattingen over de temposchommelingen van het rubato, antwoordde Maurizio Pollini: “Een rubato is goed als het oprecht is. Indien het niet doorleefd is, dan voelt het onoprecht. Daarom kan ik ook geen lesgeven op dat gebied.” Wat volgens de meesterpianist net zo min kan worden onderwezen, zijn pauzes tussen de delen. “Vaak heeft bijvoorbeeld Beethoven een belangrijke link bedacht tussen twee delen, een verbinding die pas duidelijk wordt juist met de kwaliteit van de pauze. Als musicus wil je dat overdragen.” Het zijn opmerkingen met gewicht. Eigenlijk zegt Pollini dat muzikaliteit niet is op te roepen of af te dwingen. Je wordt ermee geboren. Dat gebeurde wat hem zelf aangaat precies zeventig jaar geleden, op 5 januari 1942 in Milaan. En geluk hád hij: een welgesteld milieu, kunstzinnig, enigszins alternatief ook. Op z’n zevende wist het knaapje al dat het pianospel zijn toekomst zou worden. Tien jaar later won hij in Sergeno het Ettore Pozzoli Concours e in Warschau het Chopin Concours. Daarna begon de zegetocht. Ingehouden pathos, trouw aan het notenbeeld, een gereserveerde benadering van het klassieke repertoire: dat werd Pollini’s credo. Vanaf het klavier kreeg hij gaandeweg de behoefte om het orkest aanwijzingen te geven, waaruit een dirigentschap voortkwam. Aanvankelijk bescheiden, maar inmiddels ook op het terrein van de symfonie en de opera. Een allround meesterschap dus. En niet te vergeten: een onvoorwaardelijke overgave aan hedendaagse muziek. Boulez, Nono, Maderna – hun partituren worden door Pollini gekoesterd. “Hedendaagse muziek is een rare term, want zo duiden we nu zelfs muziek aan die zowat honderd jaar oud is. We zijn zo ontzettend gericht op het verleden. Nooit eerder in de muziekgeschiedenis was dat het geval, altijd speelde men muziek van de eigen tijd. Zo hoort het ook: repertoire actueel houden is van fundamenteel belang.” Weinig pianisten van naam voegen zo enthousiast de daad bij het woord. Maurizio Pollini heeft nog altijd een open r voor het eigentijdse. Met als gevolg dat menig componist speciaal voor hem muziek schrijft. Nono’s …sofferte onde serene…, Manzoni’s Masse: Omaggio a Edgard Varèse en Sciarrino’s Vijfde sonate zijn bekende voorbeelden. Inmiddels kiest de 70-jarige zorgvuldig zijn recitals uit. Enkel de meest gerenommeerde concertinstellingen mogen hem contracteren. En daarom maakt Pollini op 29 januari opnieuw zijn opwachting in de serie Meesterpianisten in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Een verjaarsconcert waarop de maestro laat horen hoe je ook alweer Chopin en Beethoven speelt.
Jos van der Zanden