MAANDAG 20 MEI 2013
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Symfonieën: de een schrijft ze achter elkaar weg, voor de ander is het een ware worsteling. Robert Schumann voelde jaren na Ludwig van Beethovens dood nog diens hete orkestrale adem in zijn nek. Was het überhaupt wel mogelijk een symfonie te schrijven die kon wedijveren met Beethovens Derde, Vijfde of Negende? Begin 1841 schreef Schumann zijn Eerste; zijn tweede legde hij aanvankelijk uit ontevredenheid terzijde, waarna het werk na een aantal herzieningen in 1854 als Vierde werd gedrukt. In 1845 begon hij weer aan een symfonie, die uiteindelijk als Tweede het daglicht zou zien, en daarmee opent ook deze uitvoering – lang leve de verwarring! Schumanns twijfel over juist deze twee werken werd gevoed door het feit dat de constructie ervan anders was dan het publiek tot dan toe was gewend. Geen overzichtelijke indeling van hoofd- en neventhema’s, maar een uitgangsgedachte die via associatie weer naar een andere gedachte leidt. Niet dat composities als deze aan structuur tekortkomen, integendeel, maar een heldere interpretatie is niettemin noodzakelijk. Daarin slaagt Christian Zacharias met glans: hij combineert de volle klank waar een symfonie van rond 1850 nu eenmaal om vraagt met de compactheid van een vroege Beethoven.
Andrew van Parijs