Destijds kende ieder kind de vileine prent ‘De begrafenis van de jager’. De afbeelding toont een door hazen gedragen lijkkist, met daarbovenop het jachtgeweer. De stoet wordt aangevoerd door musicerende katten en afgesloten door jammerende vossen en reeën. In de vele volksteksten die Mahler als beginnend componist toonzette was dit soort schelmse ironie nooit ver weg. Bij zijn eerste grote orkestwerk wist hij amper of hij moest spreken van een symfonisch gedicht of van een symfonie, zozeer dreigden de gangbare symfonische conventies te bezwijken onder zijn rijke, maar ongewone fantasie. Als in een kijkdoos verzamelde hij bloemen, vogels, volksliederen, militaire signalen en boerendansen. Bij volwassen luisteraars bezorgde deze kinderlijke fantasmagorie heel wat hoofdbrekens; en dan vooral in het ‘Freierlich’, waarin Mahler de begrafenis van de jager met sardonisch genoegen parodieert. Mariss Jansons maakt een waar feest van deze muziek. Des te aangrijpender is de vertolking van de existentieel geladen Negende Symfonie. In de polyfoon doorwrochte eerste delen laat Mariss Jansons zijn greep nergens verslappen, waarmee hij een sterke spanningsboog creëert naar het indringende slot-adagio. Pas bij het grote afscheid laat Mariss Jansons het orkest verwijlen bij de wegstervende gebaren die Mahler zo liefdevol annoteerde met ‘Lebt wol! Lebt wol!’ en ‘O Schönheit!, Liebe...’. Hans Jacobi
Gustav Mahler
Symfonieën nr.1 & 9
Oslo Philharmonic Orchestra.
Jansons, Mariss.
Simax PSC 1270
bestellen