Het 'alla Tsjaikovski', waarmee Sibelius de finale van zijn Tweede symfonie inzet, zou je het gevoel kunnen geven dat de componist alvast begonnen is de Finse onafhankelijkheid te vieren. Ironisch genoeg schreef de dertigjarige het stuk in het zonnige Italië, waar hij zich met zijn familie had teruggetrokken. Voor Sibelius was het genre van de symfonie een mogelijkheid om te ontsnappen aan de 'eeuwig zingende bossen' van zijn orkestwerk Finlandia. Een symfonie stelt immers hogere eisen: 'alsof de Almachtige het hemels baldakijn in stukken heeft gegooid en mij daarna vroeg om de scherven weer aaneen te voegen'. Sibelius' zeven symfonieën zijn dan ook even zovele experimenten, waarbij het onmogelijke snijpunt tussen gevoel en intellect steeds weer opnieuw gevonden moet worden. Geen wonder dat het aantal écht grote Sibelius-dirigenten op de vingers van één hand te tellen is. Wat dat betreft is deze uitgave met Mariss Jansons meer dan welkom, omdat juist deze dirigent orkestrale discipline weet te combineren met pathos. Met zijn bezielende perfectie weet hij de vaart van het Vivacissimo onder controle te houden. Niets staat hier op zichzelf. Pas met de overgang van het Scherzo naar de Finale is het de symfonie vergund de triomf van haar eigen logica te bezingen. Hans Jacobi
Jean Sibelius
Symfonie nr. 2, op. 43
Koninklijk Concertgebouworkest.
Jansons, Mariss.
RCO Live 05005 (SACD)
bestellen