Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Gabriel Fauré heeft zich jarenlang verzet tegen de wens van zijn uitgever om zijn Requiem te herorkestreren en het werk in grote concertzalen uit te voeren. Hij koesterde zijn ‘kerkversie’ uit 1888, voor klein ensemble en kinderkoor in de sopraan- en altpartijen. Het was zijn esthetisch credo, deze breuk met de dramatische Dodenmisconventies die hem als organist bij uitvaartdiensten zo grondig waren gaan tegenstaan. De orkestversie werd weliswaar een succes maar Fauré moest zich verweren tegen critici die hem verweten dat zijn Requiem niet de verschrikking van de dood tot uitdrukking bracht: ‘Iemand noemde het een wiegelied van de dood. Maar zo voel ik de dood ook: als vreugdevolle verlossing, de aanzet tot het geluk in het hiernamaals en niet als een smartelijke overgang’. Een paar jaar voor zijn dood zei Fauré het nog eens: ‘Al mijn religieuze illusies liggen vervat in mijn Requiem, dat eigenlijk van begin tot eind over een heel menselijk gevoel gaat: het vertrouwen in de eeuwige rust.’ De Franse dirigente Laurence Equilbey kiest voor de gulden middenweg, met een relatief zware bezetting van de oerversie. Desondanks blijft het hyperroomse troostmuziek met antiekheidense trekjes. En welke Lieve Heer zou zich doof houden wanneer Sandrine Piau zo’n haar ‘dona eis requiem’ zingt?
Marijke Schouten