Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Terwijl Arnold Schönberg de tonaliteit opgaf, bleef het overgrote deel van zijn componerende stadgenoten de functionele harmonieleer trouw. Onder hen Ferdinand Rebay, student van Robert Fuchs, de illustere leermeester van onder meer Gustav Mahler, Jean Sibelius en Hugo Wolf. Na zijn afstuderen wordt Rebay in 1920 docent aan de Wiener Musikakademie, waar hij bevriend raakt met gitaardocent Jacob Ortner, die ook Rebay’s nicht Gerta Hammerschmidt onder zijn hoede heeft. En daarmee ontwaakt Rebay’s interesse voor de gitaar. Na een korte ‘inwerkperiode’ waarin hij een aantal liederen met gitaarbegeleiding schrijft – zijn œuvre bestond tot dan toe uit symfonische werken, opera’s en oratoria – begint hij omvangrijkere kamermuziekwerken te componeren, waaruit een grote affiniteit blijkt met de gitaar. Zijn kwartetten in d (1925) en a, die gitarist Gonzalo Noqué voor Brilliant met zijn ensemble inspeelde, geven blijk van een volwassen behandeling van dit vooral typisch Spaanse instrument, dat zich in Rebay’s postromantische idioom volkomen thuis lijkt te voelen. Want is het niet vooral de associatie met Spaanse muziek die Rebay’s werk te midden van de Weense strijkersklank een zweem van curiositeit geeft? Hoe dan ook, het blijft een fraai staaltje van muzikale kruisbestuiving!
Andrew van Parijs