Toen de violist Eugène Ysaÿe in 1893 aan Ernest Chausson opdracht gaf een werk voor viool en orkest te schrijven, kon niemand vermoeden dat hij hiermee aan de wieg kwam te staan van een vormtechnisch experiment. Met de Poème, een lied in vrije vorm, zette Chausson in muzikaal opzicht een nieuwe deur op een kier. Aanvankelijk oogstte het werk een bescheiden succes maar de belangstelling groeide en toen Claude Debussy de Poème in 1913 hoorde, was hij vol lof over het evenwicht in muzikale vertelkunst, waarin de vrijheid van vorm geenszins ten koste ging van de uitgebalanceerdheid van de muzikale textuur. André Jolivet daarentegen gaat in zijn Vioolconcert (1972) uit van het klassieke driedelige vormschema, waarbinnen hij op een levendige, eigentijdse manier motieven uit de klankwereld van de Mexicaanse Hopi-indianen tot leven laat komen. Meeslepend en bezwerend, maar weer op een heel andere manier dan in Chaussons werk, met Isabelle Faust als verbindende schakel. Een perfecte technische beheersing van het geheel is in beide gevallen een vereiste, maar zelfs het kleinste beetje virtuoos vertoon zou deze muziek kapotmaken. Kortom: het draait om oorspronkelijkheid en dat hebben Faust en Letonja goed begrepen.
<b>Andrew van Parijs</b>
Chausson, Jolivet
Poème, Concert voor viool en orkest
Faust, Isabelle.
Deutsches Symphonie-Orchester Berlin.
Letonja, Marko.
HMC 901925
bestellen