Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Onfortuinlijke liefdes van Kate Royal
‘Uiterlijk schoon is een teken van innerlijke schoonheid,’ vond de bekende Duitse dichter Friedrich Schiller. Nu is het moeilijk oordelen over het innerlijk van een vreemde, maar een gedachtegang van soortgelijke strekking lijkt toch wel te gelden voor de mooie Kate Royal. Haar nieuwe cd Midsummer Night bewijst opnieuw dat het vocale kunnen van de jonge sopraan geenszins onderdoet voor haar meer dan bevallige uiterlijk.
door Joep Christenhusz
Met haar cd Midsummer Night maakt de jonge Engelse Kate Royal voor de tweede keer haar opwachting bij het label EMI-classics, waar ze sinds 2006 onder exclusief contract staat. Eerder verscheen al haar debuut-cd Kate Royal (2007) die aanleiding gaf tot een keur aan lovende kritieken en die haar onder meer de Royal Philharmonic Society Young Artist Award opleverde. Toen al bleek Royals voorkeur voor het gematigd moderne twintigste-eeuwse repertoire en deze lijn wordt anno 2009 voortgezet.
De huidige release is een sfeerrijke bloemlezing van vrouwelijke karakters uit de twintigste-eeuwse opera, die onderling zijn verbonden door hun reflectie op het thema der operathema’s: de onfortuinlijke liefde. Met haar keuze varieert Royal bovendien op een dieper liggend motief, namelijk de dialoog tussen euforie en tragedie die aan het merendeel van de geselecteerde aria’s ten grondslag ligt. Kate Royal zegt daar zelf over: ‘De momenten van euforie zijn vaak de laatste gelukkige momenten in de betreffende opera’s, waarna de tragedie zich in alle hevigheid ontvouwt.
Ondanks de romantische aard van de muziek ziet elk van de vrouwen zich later in het verhaal geconfronteerd met groot verdriet, pijn en lijden. Dat levert een latente spanning op in deze schijnbaar ‘mooie’ muziek.’ Dat Royal hier, alle amoureuze rampspoed ten spijt, inderdaad mooie muziek heeft gekozen staat buiten kijf. Hoewel alle werken op de cd zijn geschreven na 1900, verliezen zij zich nooit in een ontoegankelijk avantgardisme.
Integendeel, de vertegenwoordigde componisten onderscheiden zich door hun zeer persoonlijke en ongedwongen reactie op de ingrijpende muzikale vernieuwingen die de twintigste eeuw met zich meebracht. Zo zijn Dvoráks beroemde ‘Maan-aria’ uit Rusalka en ‘Mariëtta’s Lied’ uit Die tote Stadt van Erich Korngold doordrongen van een sensuele, bovenal romantische harmonie en is Léhars ‘Vilja Lied’ (Die lustige Witwe) het product van een zoet nostalgisch sentiment. Een meer eigentijdse benadering schemert door in Samuel Barbers ‘Do not utter a word’, evenals in het moderne folklorisme van Benjamin Brittens ‘How beautiful it is’, uit zijn sinistere opera The turn of the screw. Opmerkelijk zijn enkele van Royals eigen ‘ontdekkingen’, overigens alle van Anglo-Amerikaanse makelij, waaronder het titelstuk Midsummer Night van William Alwyn en de aria ‘The trees on the mountains’ uit Carlisle Floyds opera Susannah.
Al met al is het een rijkelijk gevarieerd programma waarin Royal blijk geeft van een grote vocale veelzijdigheid. Uiteenlopende klankwerelden als het frêle exotisme van Stravinsky’s ‘Nachtegaal-aria’ of de expressieve dramatiek van Waltons ‘At the haunted end of the day’ vinden in haar handen een overtuigende interpretatie. Door het schijnbare gemak waarmee de jonge sopraan haar noten aan de luisteraar toevertrouwt, krijgen de stukken een ontwapenende charme.
Eenzelfde ogenschijnlijke eenvoud kenmerkt de vakkundige wijze waarop dirigent Edward Gardner en het English National Opera Orchester omspringen met de vaak weelderige orkestrale begeleidingen op de cd. Om Schiller nog maar eens aan te halen: ‘Alleen diegenen die de eenvoud tot perfectie weten te verheffen, zijn in staat om het moeilijke eenvoudig te doen schijnen.’ Royal en Gardner kunnen beide en dat maakt Midsummer Night tot een ‘musthave’ voor elke operaliefhebber.