Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Tango en Fandango
L´Arpeggiata, de sprankelende groep van Christina Pluhar, verkent op z’n jongste cd de relatie tussen Spanje en Zuid-Amerika. Van een barokke geestelijke die de fandango danst, blijkt het maar een kleine stap naar de Argentijnse tangokoning Astor Piazzolla .
Een oude/muziekensemble dat Besame mucho uitvoert en een countertenor die Piazzolla zingt: kan het gekker? Ach, als ene Christina Pluhar zich ermee bemoeit vormen zulke uitstapjes de gewoonste zaak van de wereld. Dan wil zelfs een ster als Philippe Jaroussky zijn stem wel beschikbaar stellen voor een aantal tracks. Pluhar en haar ensemble L’Arpeggiata zijn immers synoniem met even wonderlijke als vanzelfsprekende combinaties van stijlen, vormen en tijdperken. Sinds de oprichting in 2000 heeft het ensemble de oude-muziekwereld veroverd met een energieke mix van vrolijk snarenspel en intelligente dwarsverbanden. Men schakelde aansprekende gastmusici in, zoals de zangers Marco Beasly, Nuria Rial en Philippe Jaroussky, maar ook een keur aan vooraanstaande volksmusici die zich met veel plezier voor Pluhars karretje laten spannen. Cd’s als La Tarantella, Los impossibiles en het recente Via Crucis zijn mooie voorbeelden van projecten die reiken van de renaissance tot muziek van vandaag. Dat de volksmuziek daarin vaa een cruciale rol speelt is gezien de belangrijkste instrumenten die Pluhar speelt – harp, gitaren en de theorbe – niet zo gek. Harp- en gitaarachtige instrumenten hebben in folk immers altijd een belangrijke rol gespeeld. Dat is ook weer duidelijk te horen op de jongste loot aan Pluhars stam: Los pájaros perdidos (de verloren vogels). De cd ontleent zijn naam aan een tango van Astor Piazzolla en dat vertelt meteen een deel van het verhaal. Pluhar en haar metgezellen richten hun pijlen op de relatie tussen het Latijns-Amerika van Argentinië, Chili, Paraguay en Venezuela en het Europese Spanje, dat weer een warme invloed heeft ondergaan van de Arabische en joodse wereld. Het biedt Pluhar de mogelijkheid haar liefde voor diverse exotische snaarinstrumenten uit te leven op instrumenten als de arpa llanera (een harp met een bijna doorschijnend metaalachtig geluid), de bandolin (een kruising tussen een banjo en een mandoline), de cuatro (een kleine viersnarige gitaar) en de charango (de kleine gitaar uit het Andes bergte). De muziek vliegt vrolijk van hot naar her en heeft als verbindend element de aanstekelijke latin-ritmes die in een meer rudimentaire vorm in Spanje al eeuwenlang een belangrijke rol spelen. Voor die link staat de Fandango van Padre Antonio Soler (1729-1783) symbool. Juist doordat dit werk bijna aan het einde van de cd staat, krijgt al het voorgaande perspectief. Zo klinken in de populaire Argentijnse en Venezolaanse volksliederen opeens de onzekere reizen door van de missionarissen en emigranten die Zuid- Amerika wel even zouden veroveren en bekeren. En horen we tot in een tango van Astor Piazzolla de fusie tussen de verfijnde ritmische patronen van de inheemse bevolking en de wetten van de Europese kunstmuziek. Die tango van Piazzolla, Los pájaros perdidos, krijgt hier extra reliëf door de stem van Philippe Jaroussky. Zonder afbreuk te doen aan de mooie prestatie van vocalisten als Lucilla Galeazzi en Raquel Andueza, weet Jaroussky (net als op Via Crucis, zijn eerste samenwerking met L’Arpeggiata), e tracks waaraan hij bijdraagt te verheffen tot kleine juweeltjes van vocale vertelkunst. Daarmee bewijst de Franse countertenor zijn status als een van de beste en meest gevraagde zangers van zijn generatie. Dat hij in zijn overvolle schema, dat hem op 19 februari met het Freiburger Barokorchester en een mooi Händelprogramma naar het Amsterdamse Concertgebouw brengt, tijd maakt voor en volle aandacht geeft aan de projecten van Pluhar, zegt veel over het belang, de intelligentie en de musiceervreugde ervan. Jaroussky geeft daarbij niet alleen Piazzolla’s tango maar ook meesterlijke volksliedjes als Ay! Este azul en Duerme negrita een vertuigingskracht mee die je direct doet geloven dat er nooit mooiere liedjes zijn geschreven. Het is een vorm van programmeerkunst en briljante timing dat Pluhar en consorten na zo’n moment de betovering met aanstekelijke ritmes verbreken, zonder de sfeer en de vreugde van de hele cd geweld aan te doen. Op zo’n manier valt zelfs het overbekende en hier door Raquel Anduezza sens el gezongen Besame mucho – ooit geïnspireerd door een aria uit de opera Goyescas van Enrique Granados – als vanzelfsprekend op zijn plaats.
Paul Janssen