Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
De Spaanse gambist en dirigent Jordi Savall heeft zijn nieuwe cd gevuld met eigen composities en improvisaties. Met zijn zoon Ferran Savall vertaalt hij de wereld van de schilderingen van Caravaggio in muzikale klachten, zuchten, snikken en tranen.
Stel je voor, je bent de enige bezoeker in de grafkapel van de familie De' Medici in Florence: een indrukwekkende, besloten ruimte, de muren rondom bedekt met donkerdroef, glad armer; de hoge ramen laten nauwelijks licht door. Speciaal voor de gelegenheid zijn zeven schilderijen van Michelangelo Mensi, beter bekend als Caravaggio (1571-1610), opgesteld. Met bedachtzame tred begeef je je van schilderij naar schilderij. Strijkers, begeleid door een theorbe midden in de kapel, soms versterkt met blazers, vullen de ruimte met klank. Onbekende muziek die lonkt naar het begin van de zeventiende eeuw; er is sterke gelijkenis met composities van Gesualdo, Monteverdi, Stradella en Trabaci. Ook zijn er oude vormen als de passacaglia, waarin wordt gevarieerd op een vast baspatroon. De klanken zijn zwaar, droevig en soms zwanger van onheil, maar dat is geen bezwaar want het past goed bij de schilderijen. Wat blijkt? Alle klachten, zuchten, snikken en tranen zijn composities en improvisaties van de Spaanse gambist en dirigent Jordi Savall (1941): nieuwe wijn in oude zakken of juist omgekeerd. En ditmaal niet samen met zijn zingende vrouw Montserrat Figueras maar met hun zingende zoon Ferran Savall. In woordeloze stromen stort hij zijn, jammerklachten uit, slechts begeleid door zijn vader, op basgamba. Zó musiceren kan alleen als je heel dicht bij elkaar staat, uit hetzelfde hout bent gesneden. Caravaggio, de eerste grote schilder van de Barok, staat bekend om zijn ongenadige observaties van het menselijk lichaam. Hij is heel plastisch, elk spiertje is bij hem te zien. De dramatiek van het lichaam vangt hij in een spel van licht en donker, het beroemde ‘chiaroscuro'. Het scherpe clair-obscur van Caravaggio krijgt extra profiel door het wazige sfumato van Savall en de zijnen. Savall heeft samengewerkt met de schrijver Dominique Fernandez en zij vatten hun schilderijententoonstelling - ‘Lachrimae Caravaggio' - op als een soort kruisweg: een rondgang met staties, waarbij de toeschouwer en luisteraar steeds intensere, bijna mystieke ervaringen kan beleven. Anders dan bij Jezus' laatste tocht zijn er slechts zeven rustpunten en bij elk kunnen we verwijlen bij een soort verdriet. Aan het einde van de gang klinkt een in memoriam. Het is duidelijk dat de droefenis overheerst: alles is voorbij, afgelopen, afgesneden. Hier wordt een grafmonument opgericht. Treffend zijn in dit verband de dichtregels van Vasalis: ‘Zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet. Maar één, het afstand doen en scheiden. En niet het snijden doet zo'n pijn, maar het afgesneden zijn.' Van de zeven schilderijen zijn er vijf waarin letterlijk het snijden wordt of reeds is gepraktiseerd. Soms zijn we daarbij getuigen van de wilde angst om wat komen gaat, maar ook van de intense stilte nadat het kwaad is bedreven. Als eerste het offer van Abraham die op het punt staat zijn zoon Isaac de hals af te snijden, vervolgens de marteling van Sint Mattheus, de kruisafname, de onthoofding van Johannes de Doper en David met in zijn hand het afgehakte hoofd van Goliath. Temidden van de woeste wreedheid - uiteraard van mannen - zijn er twee eilanden van serene rust waar de vrouw centraal staat: Maria met kind als Madonna van de pelgrims en - vredevol want alle verdriet voorbij - de dood van Maria. Fascinerend en intrigerend. Voor wie is Savalls monument eigenlijk bestemd? Onvermijdelijk roept zijn schilderijententoonstelling ook een andere expositie op, nota bene die van Moessorgski (1884) met haar promenades en schilderijen, ook naar aanleiding van een overlijden. Voortdurend horen we in de muzieken van Savall behalve de Italiaanse meesters ook het oude kasteel resoneren. Over de eeuwen heen reiken meesters elkaar de hand.
Jurjen Vis