Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Leoš Janáček modelleerde de melodieën van zijn opera’s naar de ritmes en intonaties van de Tsjechische taal. Aan dat idioom ging echter een lange ontwikkeling vooraf, die prachtig wordt geschetst op deze nieuwe cd van Cappella Amsterdam. In november 2010 werd deze onder leiding van chef-dirigent Daniel Reuss in de Waalse Kerk van Amsterdam opgenomen. Op de cd komen koorwerken uit verschillende periodes aan bod. Janáček was een groot bewonderaar van Antonín Dvořák en in 1877 en 1884 bewerkte hij zes van Dvořáks Moravische duetten voor koor en piano. Het contrast tussen deze koorliederen in de romantische traditie en de negentien eigenzinnige Kinderrijmpjes uit 1926 kan welhaast niet groter. In die stukken, gebaseerd op volksvertellingen, horen we Janáčeks op spraak gebaseerde melodieën terug, maar ook de spitsvondige instrumentatie waar de componist om bekend staat: een ocarina en speelgoedtrommel passeren de revue. Het zestien minuten durende, voortkabbelende Otče Náš (Onze Vader), hier in de versie met harp en harmonium, staat stilistisch op zich. Janáček is veelzijdiger dan menigeen denkt en Cappella Amsterdam leent zich uitstekend voor deze anthologie. Het koor produceert een heldere, verfijnde klank. Dirigent Daniel Reuss laat het stromen.
Merlijn Kerkhof