Ashkenazy speelt Bachs Wohltemperierte Klavier. Helderheid is het sleutelwoord. En noblesse, voeg ik er direct aan toe. Dat hoor je meteen in de beroemde Eerste prelude: het Grote Boek van Bach wordt rustig opengeslagen. We genieten van kalm, gelijkmatig spel, muziek die al lichtjaren door het heelal reist. Waarom zou Ashkenazy zich dan nog haasten? We genieten ook van de uitgelichte middenstemmen. Wat biedt het vervolg van Bachs Boek? Ashkenazy is vaak een nuchter man, zet enkele fuga’s stevig en droog aan. Doet soms niets bijzonders, ‘laat de muziek het werk doen’, zou Johan Cruijff zeggen, en dat nog wel in de slotprelude en -fuga van deel I. Ook deel II opent met de kosmos, maar Ashkenazy maakt hier een keuze: u hoort de planeet Jupiter, fier, majesteitelijk, soeverein. ‘Mijn naam is Bach,’ hoor ik Jupiter denken. Het is even jammer dat Ashkenazy bij het drukker wordende notenbeeld zijn concept uit het oog verliest. Dat gebeurt ook in de Prelude in Cis, die hij zo mooi inzet dat het lijkt alsof hij de omfloerste romantiek van Schuberts Schöne Müllerin onder handen heeft. Lachen moest ik om het f-kleinkoppel. De prelude heeft een toon van ‘het is niet meer dan het is’, bijna té gewoon, waarna Ashkenazy in de fuga al zijn temperament inzet en zichzelf als het ware voor zijn ‘luiheid’ op zijn donder geeft. bStephen Westra
Johann Sebastian Bach
Das Wohltemperierte Klavier
Ashkenazy, Vladimir.
Decca 475 6832 / 3CD
bestellen