Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Het Concert voor twee piano’s en orkest (1932) presenteert een goed deel van de 20ste-eeuwse muziek: Stravinski’s oerkracht, de repetitieve muziek van Steve Reich, westers gamelan, kermis- en amusementsmuziek omstreeks 1900 en een neo-classicisme à la Mozart. Niettemin is het allemaal vanaf de eerste tot en met de laatste noot Poulenc. Een concert niet volgens de traditionele regels; het is een soort eclecticisme waarin de componist - een bonhomme pur sang met een soms tere zwaarmoedigheid - met goede smaak van alles aan elkaar rijgt. Van Immerseel heeft er goed aan gedaan voor het Concert Champêtre (1928) geen gebruik te maken van een Pleyel-clavecimbel van omstreeks 1910 - die ten onder gaat in een stevige orkestklank - maar van een prachtige en krachtige kopie van een Frans klavecimbel van omstreeks 1750. De twee rechtsnarige Erards van omstreeks 1900 in het pianoconcert produceren een heel eigen geluid, wat glasachtig. De Suite Française (1935) voor blazers, klavecimbel en slagwerk is een gevoelige adaptatie van dansen van Claude Gervaise (16de eeuw). Spaarzaam bekent Poulenc hier en daar kleur met een enkel akkoord. Een overtuigend pleidooi voor een nog altijd onderschat componist.
Jurjen Vis