Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
De hobo was in Vivaldi’s tijd nog een jong instrument. In Italië werd hij voor het eerst in 1692 ingezet en hij werd snel populair in Venetië: het Ospedale della Pietà, het weeshuis waar Vivaldi werkte, had omstreeks 1700 al een hoboleraar. Vivaldi componeerde rond 1709 zijn eerste werk met hobo. Verbazingwekkend is de hoeveelheid stemmingen die hij, en op deze cd ook de hoboïst Alfredo Bernardini, eraan ontlokt. Indrukwekkend is het vereiste technische spelniveau van de solist, die de kunst verstaat deze virtuoze muziek te laten klinken alsof het geen moeite kost. Opvallend aan deze concerten zijn de relatief veel voorkomende ‘gekke’ wendingen en harmonieën, zoals in RV 455. Dat heeft verder stampende ritmen, die Michael Talbot ‘naaimachineritmen’ noemt. Het langzame deel van RV 451 doet niet meteen denken aan de ‘Venetië-bij-nachtsfeer’ die zo typerend is voor Vivaldi. Pas na de onrustige introductie komt deze sfeer naar voren. De hoboïst Bernardini leidt het ensemble Zefiro, genoemd naar de god van de westenwind uit de Griekse oudheid. De musici doen hun naam eer aan. Bernardini’s hobo klinkt gevoelig in de lyrische langzame delen en adembenemend in de snelle passages. Soms ruisend, soms stormachtig: zo is de westenwind en zo zijn ook Vivaldi’s Hoboconcerten op deze cd.
Hieke van Hoogdalem