ZONDAG 19 MEI 2013
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Dat de cello is toegerust met een steunpin, waardoor de bespeler zijn zware instrument niet meer tussen de benen hoeft te klemmen, hebben we te danken aan François Servais (1807-1866), de vader van de Belgische celloschool aan het Brusselse conservatorium. Door zijn vondst kan de cellist zich vrijer bewegen en met meer expressie spelen. Het bracht het cellospel met grote sprongen vooruit en Servais zelf had er enorm succes mee. Hij wilde zijn gehoor verbluffen, vervoeren en ontroeren. Hector Berlioz getuigde in 1847, na een concert in Parijs, dat hij een ‘paganinien’ van de cello had beluisterd. Alle kunsten die Paganini vertoonde op zijn viool, deed Servais op de cello. Trillers, glissandi, arpeggio’s en allerlei ornamentiek kwamen er bij hem moeiteloos uit. Zijn repertoire schreef hij grotendeels zelf, want de bestaande cellowerken waren nauwelijks toegesneden op zijn vingervlugheid. Deze onderhoudende cd demonstreert alle mogelijkheden van de cello, en dat zijn er veel. Compositorisch was Servais geen echte hoogvlieger en het orkestaandeel is niet zo bijzonder, maar dat vergeet je bij de verbluffende en meeslepende celloklanken van Didier Poskin, door het Koreaanse orkest passend ondersteund.
Gerard Scheltens