Holland Baroque Society's nieuwe dubbel-cd La Cetra met Rachel Podger gooit hoge ogen
DONDERDAG 24 MEI 2012
Dé website voor liefhebbers van klassieke muziek .
Voor het eerst in bijna vijftien jaar waagt Andreas Scholl zich weer aan de solocantates van Johann Sebastian Bach. Voor de beroemde countertenor bevatten ze de beste en moeilijkste muziek die hij zich kan voorstellen. Bij Bach moet Andreas Scholl zich voor honderd procent geven, elke keer weer.
Eigenlijk valt er niet zoveel te zeggen over Andreas Scholl. Luister naar de Aria ‘Ich habe genug’ uit de gelijknamige cantate BWV 82, waarmee zijn jongste cd opent, en je bent verkocht. Zelfs als je niets van zijn hoge mannenstem moet hebben, smelt je weg bij zoveel kracht, vanzelfsprekendheid, souplesse en overtuiging. De ‘Rolls Royce onder de countertenoren’ is hij al eens genoemd. En ook Fanfare Magazine oordeelde een tijdje geleden luid en duidelijk: “Er zijn meer goede countertenoren dan ooit. Maar eentje steekt er met kop en schouders bovenuit, zoals Caruso een eeuw geleden boven alle tenoren: Andreas Scholl.” Zo is het maar net. Al helemaal als Scholl muziek zingt van de componist die hem het meest na aan het hart ligt: Johann Sebastian Bach. Dat doet hij op zijn nieuwe cd Bach Cantatas, begeleid door de musici van het Kammerorchester Basel onder leiding van Julia Schröder. Vreemd genoeg is het de eerste keer dat Scholl voor Decca een solo-cd opneemt met werk van Bach. En dat terwijl de combinatie toc voor de hand ligt. In het cantate- en passiedomein is Scholl immers een geliefde counter. Niet voor niets zingt hij op 26 maart onder leiding van Christoph Prégardien de altpartijen van de Johannes- Passion in het Amsterdamse Concertgebouw. Het is trouwens ook het werk waarmee zijn liefde voor Bach ooit begon. Als negenjarige jongen zong Scholl de Johannes al mee als lid van de Kiedricher Chorbuben, het jongenskoor uit zijn Duitse geboorteplaats. “Ik zal nooit vergeten met hoeveel intensiteit we zongen en hoe enthousiast we waren in de laatste regels van het slotkoraal”, zegt Scholl over die ervaring. Sindsdien is hij altijd bezig geweest om Bach te begrijpen en onder de huid te kruipen van zijn muziek. Bij de eerste en tot nu toe enige keer dat Andreas Scholl solocantates van Bach opnam – in 1997 registreerde hij met Philippe Herrewege voor Harmonia Mundi de cantates BWV 170, 54 en 35 – dreigde hij nog af te haken. “Ik ben niet goed genoeg voor deze Bach”, zo verwoordde hij zijn twijfel. Terwijl Scholl ook en toch al een countertenor was om rekening mee te houden. Dat was Andreas Scholl eigenlijk al sinds zijn vijftiende, nadat hij tijdens zijn stembreuk gewoon met zijn kopstem door was blijven zingen. Het pakte gelukkig uit. Zijn docente aan de koorschool liet haar pupil voorzingen bij countertenor Herbert Klein. Die adviseerde hem naar Londen of Bazel te gaan. Scholl stuurde een opname naar René Jacobs, die destijds les gaf aan de Schola Cantorum Basiliensis – en de rest is geschiedenis. Scholl studeerde vijf jaar in Bazel, zong nog zo’n vier jaar mee in de ensembles van zowel Jacobs als Herreweghe en was toen klaar voor het grote werk. Dat beslaat inmiddels vele gebieden. Purcell, Händel, Vivaldi, Pergolesi, maar ook oude volksliedjes en Oswald von Wolkenstein, de merkwaardige middeleeuwse singer/songwriter die centraal stond op een van zijn jongste cd’s en tijdens geënsceneerde concerten die Scholl in januari gaf in Rotterdam, Eindhoven en Utrecht. En nu dan eindelijk weer Bach: de cantates Ich habe Genug V 82 en Gott soll allein mein Herze haben BWV 169, plus nog wat losse aria’s en recitatieven. Scholl voert ze op 5 februari live uit in het Amsterdams Concertgebouw. Prachtig natuurlijk, en dat is de cd ook. “De solocantates voor altus zijn de beste maar ook moeilijkste in het oeuvre van Bach”, zegt Scholl. “Hij moet destijds heel goede vocalisten hebben gehad, want de stem lijkt in deze cantates wel instrumentaal gedacht. De lijnen klinken als geschreven voor een hoboïst die met circulaire ademhaling speelt. Dat is meteen het probleem voor de vocalist: je hebt nauwelijks tijd om adem te halen.” Bach accepteert geen compromissen, weet Andreas Scholl. Hij moet zich voor de volle honderd procent geven, elke keer weer.
Paul Janssen